Al in 1870 werd door de minister van Oorlog gerapporteerd over de afwezigheid van goed drinkwater in de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie bij Utrecht tijdens de Frans-Duitse oorlog. Met de gezondheid van de militairen bleef het ook door het ongezonde water jarenlang slecht gesteld. (Afbeelding van een ziekenkar in gebruik bij het Nederlandse leger, uit het hieronder genoemde verslag van 1871.)

 

Meer informatie

De slechte gezondheid tijdens de mobilisatie vanwege de Frans-Duitse oorlog blijkt uit het aantal zieken dat tijdens een periode van bijna drie weken voorkwam. De forten Ruigenhoek en Voordorp hadden samen een bezetting van ruim 300 man. Daarvan belandden 50 militairen in de ziekenboeg: ruim 16%!

In de courant Het Vaderland van 16 april 1883 werd het verslag van de oefening van 1881 besproken. Het artikel zegt veel over de ongezonde omstandigheden in de forten:

De kazematten en de lokalen, tot het verplegen van zieken bestemd, bleken op het fort Ruigenhoek het best geventileerd te kunnen worden. Daar alleen waren luchtkokers, behalve in de zijwanden, ook in het gewelf, dienende om de kachelpijp door te laten, maar waardoor tevens bedorven lucht kon weggevoerd worden. In de kazematten van dit fort was dan ook het minst de onaangename reuk te bespeuren, dien men niettegenstaande de genomen maatregelen toch gewaar werd en die ontstaan moet door het verblijf vaneen groot aantal menschen in een kazemat.

De ziekenlokalen op de forten de Gagel en Voordorp zijn óf vlak naast óf vlak tegenover de urinoirs en privaten gelegen, zoodat de frissche lucht, die toch al spaarzaam de lokalen kan binnentreden, nog bezwangerd was door den stank dezer inrichtingen. Zooveel het kon, werd de stank voorkomen, door ze dagelijks met carbolzuur en sulfas ferri te overgieten. Bekendheid omtrent de qualiteit van het drinkwater bestond bij den aanvang der voorbereiding niet. Op voorstel van den officier van gezondheid werd het water scheikundig onderzocht. Het resultaat van dat onderzoek was als volgt […].  Fort de Gagel. Welwater, ongeschikt tot gebruik, zelfs na filtratie. Regenwater, geschikt om te drinken, na filtratie. Grachtwater, geschikt tot gebruik, na chemische klaring. Fort Ruigenhoek. Welwater, vermoedelijk geschikt om te drinken, na filtratie. Regenwater […] [als op het fort de Gagel]. Grachtwater [idem]. Fort Voordorp. Welwater [idem] Regenwater [idem.] Grachtwater [idem] Alleen het regenwater wordt voor drinkwater aangewezen, doch mocht alleen uit de filtreertoe-stellen gebruikt worden […]. Later bleek echter, dat op het fort Voordorp geen vergaarbak was voor regenwater.

Ziehier wat de officier van gezondheid dienaangaande rapporteert […]. Het meest zijn aandoeningen der darmen en der luchtpijpstakken waargenomen, terwijl de vele en zware regenbuien, die gedurende de oefeningen sedert 9 Augustus [1881] neervielen, haar invloed op de manschappen wel deden gelden. Rheumatische aandoeningen werden veel aangetroffen. Wat aangaat de darmaandoeningen, zoo werd hiervan te Voordorp als oorzaak gevonden het gebruik van het drinkwater. Regenwater was voor het gebruik aangewezen en werkelijk was een pomp aangegeven, waaruit alleen de filtra gevuld mochten worden, want die pomp gaf, naar men meende, regenwater. Al spoedig bleek echter, dat er op dit fort geen vergaarbak was voor regenwater. Wel bestonden er druipkokers, maar die voerden het regenwater naar de gracht. Uit de druipkokers had men water opgevangen en ter beoordeeling naar Utrecht gezonden, en dit was als drinkwater geschikt geoordeeld.” Nu echter moest ander water door klaring en filtratie geschikt gemaakt worden. Dit geschiedde met ijzerchloride inde bakken van eenige filtra. De overige werden tot filtratie gebruikt. Het aantal darmaandoeningen verminderde hierdoor merkbaar.’

AD

U bevindt u op de Rondleiding over de Hollandse Waterlinie. Voor het vervolg klik HIER.

 

Literatuur:

Departement van Oorlog (ed), Verslagen, rapporten en memoriën omtrent militaire onderwerpen, XII (Den Haag 1882).

Tweede Kamer der Staten-Generaal. Verslag nopens de mobilisatie van een gedeelte van het leger in 1870, 20-09-1871. Vergaderjaar 1871-1872. Kamerstuk 13, nr. 2.