In de eerste helft van de twintigste eeuw gingen veel meer kinderen naar school. Het onderwijs werd kwalitatief beter en kreeg een grotere plaats in de samenleving.
Een belangrijke oorzaak hiervan was de Leerplichtwet van 1901. Vanaf dat moment moesten kinderen van 6 tot 12 jaar verplicht naar school. Daardoor volgden vrijwel alle kinderen lager onderwijs en waren er veel meer plekken voor leerlingen nodig. Bestaande scholen werden uitgebreid en er kwamen nieuwe scholen bij.
Bijzonder onderwijs
Na de Pacificatie van 1917, toen ook bijzondere scholen door de overheid gefinancierd werden, schoten binnen enkele jaren de godsdienstig geïnspireerde scholen als paddenstoelen uit de grond. Zo ontstond op grote schaal het verzuilde onderwijs, met openbare, protestantse en katholieke scholen. In veel dorpen stonden voortaan meerdere scholen naast elkaar.
In 1917 opende de hervormde Julianaschool in Bilthoven. In 1923 startte de School met den Bijbel in Maartensdijk. Ook in Westbroek en De Bilt kwamen in het begin van de twintigste eeuw confessionele scholen naast de bestaande openbare dorpsschool. In 1930 werd in De Bilt een tweede School met den Bijbel geopend, de Groen van Prinstererschool.
Tussen de twee wereldoorlogen ontstonden daarnaast nieuwe onderwijsmethoden, zoals die van Maria Montessori. In 1919 kreeg Bilthoven een Montessorischool. Leerlingen hoefden minder uit het hoofd te leren, werkten actiever en kregen meer individuele aandacht. Een bekend voorbeeld van het nieuwe onderwijs is ook de Werkplaats Kindergemeenschap die Kees Boeke in 1929 in Bilthoven begon.
Vervolgonderwijs
Door de toename van de bevolking werden sommige dorpen groter, waardoor er meer scholen moesten worden gebouwd. In De Bilt leidde de bevolkingsdruk tot het stichten van de Van Everdingenschool. Na de lagere school ontstonden er bovendien meer mogelijkheden voor vervolgonderwijs, zoals de ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs), de ambachtsschool en verschillende middelbare scholen. De Bilt kreeg een huishoudschool.
Leerlingen uit Maartensdijk, Westbroek, Hollandsche Rading en Groenekan waren voor voortgezet onderwijs lange tijd aangewezen op Utrecht of Zeist. De groei van De Bilt, onder andere door de aanwezigheid van de universiteit, het KNMI en de ontwikkeling tot forensengemeente van Utrecht, maakte het wenselijk om in De Bilt en Bilthoven middelbare scholen te stichten. Het Nieuw Lyceum (1935) was daarvan een voorbeeld.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden sommige scholen gesloten of verwoest. De oorlog verstoorde de ontwikkelingen in het onderwijs, maar daarna werden de scholen hersteld en kon de groei worden voortgezet.
DAB
U bevindt u op de Rondleiding over Onderwijs. Voor het vervolg klik HIER.