
In de negentiende eeuw ontwikkelde het bestuur van De Bilt zich van een kleinschalige dorpsorganisatie, geleid door notabelen, tot een meer moderne gemeente. Deze verandering verliep geleidelijk en kreeg een belangrijk keerpunt rond 1851 met de invoering van de Gemeentewet. Voor en na dat moment verschilden zowel de samenstelling van het bestuur als de verdeling van macht en invloed. Afbeelding: F.F. Spengler, die burgemeester van De Bilt was van 1844 tot 1865. (Een kopie hangt in de gang op Jagtlust). Hij maakte in zijn ambtsperiode de overgang van 1851 mee.
Aan het begin van de eeuw was De Bilt formeel nog een ambachtsheerlijkheid, al speelde de ambachtsheer in de praktijk nauwelijks een actieve rol. Het dagelijks bestuur lag bij de burgemeester, bijgestaan door assessoren en een gemeenteraad. De burgemeester had een overheersende positie: hij leidde de besluitvorming en onderhield het contact met hogere overheden. Omdat hij maar weinig verdiende, combineerde hij graag meerdere functies, wat zijn invloed verder vergrootte.
Een voorbeeld is burgemeester P.A. Muntendam, die in de eerste helft van de 19e eeuw niet alleen burgemeester van De Bilt was, maar tegelijk ook secretaris en ontvanger van de gemeente, omdat het ambt anders onvoldoende inkomen bood.
De gemeenteraad stelde weinig voor als zelfstandig machtsorgaan. Raadsleden kwamen meestal uit de kring van boeren en middenstanders, terwijl de burgemeester tot een beter opgeleide en welgestelde bovenlaag behoorde. De bevolking had nauwelijks invloed op de samenstelling van het bestuur. Raadsleden werden benoemd door de Provinciale Staten op voordracht van de ambachtsheer.
Daarnaast speelde de groep van geërfden een rol. Dit waren lokale notabelen, vaak grondeigenaren, die bij belangrijke besluiten werden geraadpleegd. Hun invloed was informeel maar aanzienlijk.
Na 1851: een nieuwe bestuurlijke structuur
Met de Gemeentewet werd De Bilt een volwaardige gemeente. De gemeenteraad kreeg formeel de positie van hoogste bestuursorgaan, terwijl de burgemeester voortaan verantwoording moest afleggen aan de raad en zich vooral richtte op uitvoering en openbare orde. De assessoren maakten plaats voor wethouders met eigen verantwoordelijkheden.
De belangrijkste verandering was dat inwoners hun gemeenteraad rechtstreeks mochten kiezen. Door het censuskiesrecht bleef het aantal stemgerechtigden echter zeer klein: aanvankelijk kon slechts ongeveer tweeënhalf procent van de bevolking stemmen.
Na 1851 verdwenen de geërfden uit de formele bestuurlijke structuur, al bleef hun invloed nog enige tijd merkbaar. Geleidelijk werd hun plaats ingenomen door een nieuwe lokale elite van welgestelde en maatschappelijk vooraanstaande inwoners. Zij gingen in toenemende mate zitting nemen in de gemeenteraad, die gewoonlijk uit vijf tot zeven leden bestond. Naast predikanten, artsen, een logementhouder en rijke boeren komen we daar ook de eigenaren van landgoederen in De Bilt tegen.
Opmerkelijk genoeg leidde de invoering van verkiezingen niet direct tot grotere invloed van lagere standen. Juist de meer geschoolde en vermogende inwoners namen een actievere rol in het bestuur op zich.
Conclusie
Voor 1851 werd De Bilt bestuurd door een kleine bestuurlijke kern onder toezicht van hogere overheden en met invloed van lokale elites. Na 1851 veranderde de formele structuur en kreeg de gemeenteraad een centrale positie. In de praktijk bleef de macht echter nog lange tijd geconcentreerd bij een beperkte bovenlaag.
De overgang naar modern gemeentelijk bestuur was daarom geen plotselinge breuk, maar een langzaam proces waarin bestaande elites zich aanpasten aan nieuwe politieke verhoudingen en hun invloed grotendeels behielden.
DAB
Literatuur:
Vos, R.C., Beeld van het bestuur van De Bilt tussen 1825 en 1888, de overgangstijd van buitengewest naar echte gemeente, in: De Biltse Grift december 2009.
Damsté, P.H., Oostbroek en De Bilt C.S., de geschiedenis van een ambachtsheerlijkheid. Zutphen, 1978.
Gewin, E.E., De Bilt, een Utrechtsch dorp in vroeger eeuw, De Bilt 1944 2e druk.