
Wie de hervormde kerk van Westbroek bezoekt, ziet in de toren twee klokken hangen. De grote klok klinkt nog altijd bij kerkdiensten, terwijl de kleine al jaren zwijgt. Toch vertellen beide klokken een bijzonder verhaal over de geschiedenis van het dorp, de Reformatie, oorlogen en zelfs de Tweede Wereldoorlog. Hierboven: de kleine klok.
De oudste van de twee is de kleine klok. Met een doorsnee van slechts vijftig centimeter en een gewicht van ongeveer tachtig kilo oogt hij eenvoudig. Behalve enkele sierbanden ontbreken versieringen en opschriften vrijwel geheel. Juist die soberheid doet vermoeden dat het om een zeer oude klok gaat. Wellicht hing hij al in de kapel die rond 1400 in Westbroek werd gebouwd. Als dat inderdaad zo is, heeft hij zowel de late middeleeuwen als de Reformatie meegemaakt.
Tot ongeveer 1750 hing deze klok in een houten koepeltje op de kerktoren. Toen dat bouwvallig werd, kreeg de kerk een spits en verhuisde de klok naar de huidige klokkenstoel. Die werd zo gebouwd dat plaats was voor drie klokken, al hebben er waarschijnlijk nooit meer dan twee gehangen.
De grote klok uit 1611
De grootste blikvanger is de zware luidklok uit 1611. Hij werd gegoten door de Amsterdamse klokkengieter Gerard Koster en weegt ongeveer achthonderd kilo. De klok is rijk versierd met vroeg-zeventiende-eeuwse ornamenten, zoals ranken, maskers en festoenen. Rond de rand loopt een rijmende tekst die de kerkgangers oproept Gods woord te horen en aan hun sterfelijkheid te denken: O menschen, als gei hoort des klocken geslach, so gedencket op starfdach.
Opmerkelijk is dat Westbroek een klok uit Amsterdam aanschafte. In die tijd waren Utrechtse klokkengieters immers beroemd en leverden zij veel klokken in de regio. Rond 1606 werd Utrecht echter getroffen door een zware pestepidemie, terwijl ook de Tachtigjarige Oorlog voor veel onrust zorgde.
Van Gerard Koster zijn tegenwoordig nog maar enkele klokken bekend. Behalve die van Westbroek hangen er onder meer exemplaren in Dirkshorn, Nijelamer en Balk. Zijn zoon Assuerus zette het bedrijf voort en goot later onder andere de klokken van Oterleek en Schermerhorn.
Oorlog en roof
Tijdens de Duitse bezetting kreeg ook de Westbroekse toren te maken met de klokkenvordering. In maart 1943 werd de grote klok uit de toren gehaald en afgevoerd naar een opslagplaats in Utrecht. Uiteindelijk belandde hij in een klokkendepot in Amsterdam. Anders dan veel andere geroofde klokken werd hij niet omgesmolten. Na de oorlog keerde de klok terug naar Westbroek, vermoedelijk in de zomer van 1946.
De kleine klok bleef wél in de toren hangen. Omdat hij tevens als alarmklok dienstdeed, vonden de Duitse autoriteiten het verstandig hem niet mee te nemen.
Veranderende gebruiken
Het luiden van de klokken kende vroeger een heel ander ritme dan tegenwoordig. Tot ongeveer 1950 werd op zondag drie keer geluid: twee uur, één uur en tien minuten vóór het begin van de kerkdienst. Iedere luiding duurde ongeveer vijf minuten. Ook bij begrafenissen hadden de klokken een vaste functie. De grote klok luidde op de dag vóór de uitvaart ongeveer een half uur lang. Daarnaast werd vroeger veel vaker geluid dan nu, bijvoorbeeld bij brand.
Juist het geluid verbindt de huidige bewoners met de generaties Westbroekers die dezelfde klanken al eeuwenlang over het dorp hebben horen klinken. Zo zijn de klokken niet alleen monumenten van brons, maar ook levende getuigen van de geschiedenis van Westbroek.
DAB
Literatuur:
Adema Mzn., N., De klokken van Westbroek, in: St. Maerten 5 (1990 nr. 2) p. 19-22.
Website van de Hervormde Gemeente Westbroek e.o.