De Bilt lag tijdens de patriottentijd letterlijk tussen twee politieke tegenstanders: het patriotse Utrecht en de stadhouderlijke en Pruisische troepen in Zeist. Hierdoor werd het dorp een strijdtoneel. Landgoederen, boerderijen en herbergen kwamen in de militaire frontlinie terecht.
De huurder van landgoed Sandwijck, C. van Oostrum de Jongh, beschreef hoe gevaarlijk de situatie was. Hij vluchtte meerdere keren vanwege dreigende gevechten en zag dat zijn huis werd geplunderd. Ook andere inwoners leden schade door de aanleg van militaire versterkingen, inkwartiering en plunderingen.
Toen de Fransen in 1795 Utrecht innamen, werd ook in De Bilt het bestuur vernieuwd. De oude ambachtsstructuur verdween en maakte plaats voor een Bataafs gemeentebestuur, maar veel oude bestuurders bleven actief. De bevolking had weinig invloed op het nieuwe bestuur; besluiten werden vaak van bovenaf opgelegd.
De geschiedenis van Westbroek, Maartensdijk en De Bilt laat zien hoe grote politieke gebeurtenissen direct invloed hadden op kleine gemeenschappen. De patriottentijd bracht verdeeldheid, geweld en schade, maar ook nieuwe opvattingen over burgerrechten en bestuur. De Bataafse Revolutie en de Franse overheersing zorgden voor modernisering van bestuur, onderwijs, registratie en gezondheidszorg. Tegelijkertijd bleef veel van het oude bestaan. Bestuurders wisselden vaak, maar families en elites bleven invloedrijk.
AD
U bevindt u op de Rondleiding over de patriotten. Voor het vervolg klik HIER.