De heer en mevrouw Chiotakis gingen op 19 augustus 1976 een avondje naar de bioscoop. Hun dochter was in London en zo was er die avond niemand thuis. Het leek of de inbrekers op dit moment hadden gewacht. Die avond kwamen de boeven via een slaapkamerraam binnen en ontvreemdden zij de nodige kunstobjecten. Onder de gestolen waar bevonden zich een klein paneel dat werd toegeschreven aan Rembrandt en een schilderij van Gerard Dou. Na intens speurwerk kon de politie enige maanden later het grootste deel van de buit terugvinden. Daarbij rolde men een  bende antiekdieven op die een gigantische hoeveelheid kunstschatten en antiek had gestolen.

Meer informatie

Toen mevrouw en meneer Chiotakis die avond hun huis aan de Soestdijkseweg 182 Zuid verlieten, overwogen zij nog om het alarm aan te zetten. Omdat ze dachten dat niemand wist dat er geen mens in huis was en omdat zij snel weer thuis zouden komen, lieten zij dit achterwege. Dat is door een van de daders tijdens de rechtszitting vreemd genoemd, net als het feit dat de diefstal op donderdagavond werd gepleegd maar pas tijdens het weekend werd opgemerkt door de familie. Hiervoor is nooit een verklaring gegeven.

Het groepje dat de inbraak pleegde, was deel van een professionele bende die precies wist wat ze wilde hebben. De inbrekers namen schilderijen mee van Rembrandt, Stroebel, Blanche, Gerard Dou en drie werken van Casper Netscher. Verder antiek zilverwerk, een Russische icoon en enkele klokken en sieraden. Na de roof brachten zij de schilderijen nog dezelfde avond met een vlucht van Lufthansa naar Los Angeles. Men had van te voren in Los Angeles al voor 1200 gulden per maand een appartement gehuurd. Vanuit de flat werden de gestolen voorwerpen verkocht. Deze methode had men al eerder met succes toegepast bij de verkoop van gestolen kunst en antiek uit Nederland.

De politie had al een poosje het idee dat er een professionele antiekbende aan het werk was. Daarom formeerde men na de diefstal bij Chiotakis een speciaal team. Het speurwerk werd erg geholpen door een berichtje van de FBI dat twee Nederlanders schilderijen afkomstig van de diefstal uit Bilthoven te koop aanboden in Los Angeles. De FBI arresteerde de beide mannen in november. Enkele Nederlandse rechercheurs gingen naar de Verenigde Staten om de beide criminelen te verhoren. Het paneel dat toegeschreven werd aan Rembrandt, was toen alweer in Nederland. Beide heren hadden hun vingers niet aan een Rembrandt willen branden en hadden het schilderij per omgaande naar Nederland teruggestuurd.

Na terugkeer van de rechercheurs in Nederland werd het onderzoek voortgezet en in januari kon men een inwoner van Veenendaal en zijn vriendin arresteren. In de woning van de vriendin vond men de gehele buit van een kledingroof en ook verdacht de politie de Veenendaler ervan bij de inbraak bij Chiotakis betrokken te zijn. Toen de vriendin enkele dagen later werd vrijgelaten, volgde de politie haar en konden agenten haar even later samen met een kennis en in bezit van de Rembrandt inrekenen.

Bij huiszoeking bij de kennis vond de politie foto’s van de andere vermiste schilderijen, die later in het huis van de moeder van de Veenendaler zouden worden gevonden. Hier vond men naast andere geroofde spullen ook een lijst met adressen van woningen waar men nog wilde inbreken en al had ingebroken. Zo konden ook nog een paar andere handlangers worden aangehouden. Alle woningen stonden vol met geroofde buit. Soms was antiek geruild tegen drugs maar het meeste was verkocht. Voor de politie was het nog een hele klus om uit te zoeken, welke zaken bij wie waren ontvreemd, maar Chiotakis kreeg relatief snel het merendeel van zijn bezittingen terug.

Aan zijn kunstcollectie heeft hij nooit veel plezier beleefd, zo zei hij zelf, want in totaal is er bij hem thuis en in zijn bontzaken zo’n vijftig keer ingebroken. Dat bracht hem er toe om zijn kunstcollectie aan drie Griekse musea te schenken.

Chiotakis was geboren in Turkije uit Griekse ouders. Na hun vlucht uit Turkije naar Griekenland in 1922 kwam hij in 1935 naar Nederland. Hij was een succesvol bontwerker en handelaar in Utrecht. Naast zijn economische activiteiten heeft hij zich zeer sterk ingezet voor de Grieks Orthodoxe Kerk in Nederland. Door zijn inzet kon in Utrecht aan de Springweg op 26 november 1999 een Grieks Orthodoxe kerk worden ingewijd. Hij zou de opening niet meer bijwonen omdat hij al in 1998 was overleden. Voor zijn grote inzet is hij in 1967 door de Grieks Orthodoxe kerk geëerd en benoemd tot vorst referendaris, de hoogste onderscheiding van deze kerk voor een leek.

EvdV

U bevindt u op de Rondleiding Misdaad. Voor het vervolg klik HIER

 

Literatuur:

Nieuwsblad van het Noorden 21 januari 1967

Leeuwarder Courant 23 augustus 1976

Algemeen Dagblad 23 augustus 1976

Telegraaf 17 september 1977