Al in de zeventiende eeuw vormde de Amersfoortse straatweg  de verbinding  tussen Amersfoort en De Bilt. Pieter de Smeth, de eigenaar van het landgoed Vollenhoven, verlegde de weg in 1805 naar het westen, zodat men vanuit het landhuis een langgerekte oprijlaan als uitzicht had. Pas in 1909 werd de weg officieel de Amersfoortseweg genoemd.

De Amersfoortseweg was ook in de zeventiende eeuw al een bijzondere weg. Deze voorganger van de huidige provinciale weg N237 was aangelegd naar een ontwerp van de beroemde architect Jacob van Campen. Tot aan de aanleg liep er slechts een karrenspoor over de kale heidevlakte tussen Zeist en Amersfoort. De weg was in die tijd uniek, zowel om zijn breedte als om zijn kaarsrechte tracé. Behalve als nieuwe verbinding tussen Utrecht en Amersfoort was de weg ook bedoeld voor de vestiging van buitenplaatsen. Hiervoor werden langs de weg 24 vakken van elk 100 roeden (376 meter) aangelegd, van elkaar gescheiden door dwarspaden of sorties. De Maliebaan in Utrecht is volgens hetzelfde nog goed te herkennen stramien aangelegd. Ook het beroemde ‘Unter den Linden’ in Berlijn is in navolging van deze ‘Wegh der Weegen’ aangelegd (en niet andersom). Van Campens ‘Wegh der Weegen’ had Europese allure. (Meer over de aanleg van deze weg kan men lezen door deze LINK aan te klikken.)

DAB/AD

Modern monument door Lilian Roosenboom langs Jacob van Campens Wegh der Wegen. Foto: AD

Literatuur:

Anne Doedens, Geschiedenis van Utrecht. De Canon van het Utrechts verleden (Zutphen 2013) 55.
S. Broekhoven en S. Barends, De Bilt, geschiedenis en architectuur, Zeist 1995 p. 89.