In het najaar van 1939 werd De Bilt opgeschrikt door een van de grootste financiële schandalen uit de geschiedenis van de gemeente. De gerespecteerde chef-commies ter secretarie G. van Middelkoop bleek jarenlang geld te hebben verduisterd uit de kassen van verschillende instellingen die aan zijn zorgen waren toevertrouwd. Terwijl de Tweede Wereldoorlog dreigde en de mobilisatie al was afgekondigd, begon een gemeenteraadslid een politieke rel.

Foto: bij het afscheid van baron Van Heemstra als burgemeester op 29 april 1927 stond Van Middelkoop als tweede van links op de eerste rij. (Beeldbank d’Oude School)

 

Meer informatie

Van Middelkoop werkte al bijna dertig jaar op de gemeentesecretarie. Hij genoot het vertrouwen van zowel het gemeentebestuur als de bevolking. Naast zijn werkzaamheden voor de gemeente beheerde hij de financiën van het Burgerlijk Armbestuur en van het Groene Kruis, van schoolbesturen en verenigingen.

De eerste problemen kwamen in de zomer van 1939 aan het licht. Tijdens een controle ontdekte de accountantsdienst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een tekort in de kas van het Burgerlijk Armbestuur. Burgemeester en wethouders lieten daarop een uitgebreid onderzoek instellen.

Verduistering

Aanvankelijk leek het om een tekort van ongeveer 3.000 gulden te gaan, maar uiteindelijk bleek dat in verschillende kassen gezamenlijk bijna 10.000 gulden ontbrak. De tekorten deden zich voor bij onder meer het Burgerlijk Armbestuur, het Groene Kruis en andere instellingen waarvan Van Middelkoop de administratie voerde. Kranten meldden dat hij vermoedelijk met geld had gespeculeerd en vervolgens bedragen uit de ene kas gebruikte om tekorten in een andere tijdelijk af te dekken. Tot verbazing van veel inwoners bleef de bejaarde chef-commies voorlopig gewoon op het gemeentehuis werken.

Op vrijdag 22 september 1939 kwam aan die situatie een einde. De rijkspolitie arresteerde Van Middelkoop en bracht hem over naar het Huis van Bewaring in Utrecht. De landelijke pers besteedde ruime aandacht aan de zaak. De Utrechtse rechtbank veroordeelde hem op 24 oktober wegens verduistering van gelden uit verschillende verenigingskassen tot een gevangenisstraf van anderhalf jaar.

Kort daarna moest ook de gemeenteraad zich opnieuw over de affaire buigen. Burgemeester en wethouders deelden mee dat zij Van Middelkoop op 8 november “niet eervol ontslag” hadden verleend, met ingang van 1 januari 1940. Daarmee leek de zaak bestuurlijk te zijn afgedaan, maar politiek begon de discussie toen pas goed.

De nasleep

Tijdens de raadsvergadering van 15 november stelde raadslid Bos (Plaatselijk Belang) een reeks scherpe vragen aan burgemeester en wethouders. Hij vond dat het gemeentebestuur veel eerder had moeten ingrijpen en suggereerde zelfs dat men geprobeerd had de zaak binnenskamers af te handelen. Volgens Janssen was de officier van justitie mogelijk pas na een anonieme brief volledig op de hoogte gebracht. Ook hekelde hij het feit dat Van Middelkoop na de ontdekking van de eerste tekorten nog geruime tijd in functie was gebleven. Dezelfde Bos (PI. Bel.) had een jaar eerder de sociaaldemocratische voorman Van Scherpenzeel verdacht gemaakt.

De burgemeester wees die beschuldigingen resoluut van de hand. Hij verklaarde dat onmiddellijk na de ontdekking van het eerste tekort een diepgaand onderzoek was ingesteld, dat eerst het accountantsrapport moest worden afgewacht en dat de officier van justitie op 24 augustus volledig was geïnformeerd.

De gemeenteraad bleef verdeeld over de vraag of burgemeester en wethouders voldoende voortvarend hadden gehandeld. Bewijzen dat het college de fraude bewust had willen verdoezelen kwamen echter niet op tafel. De heer Bos (PI. Bel.) verklaarde dat hij geen vertrouwen had in het huidige college, wat wethouder Troostheide een grote eer voor zichzelf noemde.

De fraudezaak-Van Middelkoop liet diepe sporen na in De Bilt, niet alleen doordat bijna 10.000 gulden was verdwenen, een enorm bedrag voor die tijd, maar vooral omdat een jarenlang gerespecteerd ambtenaar het vertrouwen van bestuur en bevolking ernstig had beschaamd.

DAB

 

Literatuur:

Utrechts Volksblad 25 09 1939.

Algemeen Handelsblad 24 10 1939.

Biltsche Courant 03 11 1939, 10 11 1939, 17 11 1939.

Raadsnotulen 15 november 1939.

Zie ook op deze site:

De kwestie Van Scherpenzeel: een politieke rel die De Bilt verdeelde – Online Museum de Bilt