U bevindt u op de Rondleiding Reisbeschrijvingen en Reisgidsen. Om terug te gaan naar het begin klik HIER

In de eerste helft van de twintigste eeuw was er een explosieve groei van het toerisme door verschillende oorzaken. De welvaart was toegenomen, er kwam een begin van sociale wetgeving en door de verbeterde hygiëne en voldoende voeding werd ook de gezondheid beter. Het instellen van een vrije zondag beperkte het aantal werkdagen tot zes. De achturige werkdag werd na 1920 voor verschillende bedrijfstakken van kracht zodat er meer vrije tijd was. Er kwamen meer spoorwegen en tramlijnen.

De toegenomen vrije tijd gebruikte men vaak om te fietsen. In het land verrezen fietsfabrieken zoals Gazelle in 1892, Union (1904) en Batavus (ook 1904). In Bilthoven maakte in de jaren dertig de firma Senders rijwielen, terwijl BMI hulpmotoren fabriceerde.

Een belangrijke factor was de Algemene Nederlandsche Wielrijders-Bond, die al in 1883 was opgericht voor fietsers. Weldra behartigde deze vereniging ook de belangen van wandelaars en automobilisten en toen de bond in 1905 Toeristenbond ging heten, waren de letters ANWB geen afkorting meer. De ANWB verzorgde een eeuw lang de wegwijzers in het land, tot Rijkswaterstaat die taak in 2004 overnam. Vanaf 1919 plaatste de bond de beroemde paddenstoelen. Hij gaf ook reisgidsen uit.

Bekend waren de gidsen en routes voor fietsers. Daarin werd minder geschreven over cultuurhistorisch erfgoed, oude kerken en geschiedenis. De nadruk lag op kruispunten en paden en wegen (aanvankelijk vaak onverhard) maar ook op de uitzichten, de weilanden en de bossen die je onderweg tegenkwam. Dat zien we terug in de passages over Maartensdijk en de andere dorpen in de omgeving van De Bilt. Ook in de wandelgidsen en wandelfolders ging het vooral over de natuur.

De plaatselijke Verenigingen Voor Vreemdelingenverkeer stimuleerden het toerisme door het uitgeven van folders en boekjes. In de informatie die zij verspreidden, ging het vaker over restaurants en hotels, over winkels en het bedrijfsleven.

Ouderwetse dorpsbeschrijvingen vinden we nog terug in de publicaties van Adriaan Loosjes (1934, landhuizen, forten, dorpskernen) en Henri Polak (1936 ,wegen, maar ook dorpsschoon en landgoederen).
DAB

U bevindt u op de Rondleiding Reisbeschrijvingen en Reisgidsen. Voor het vervolg klik HIER