
In het jaar 1125 – drie jaar nadat Oostbroek als klooster erkend was – werden Fastrad Scherebard en zijn echtgenote Sophia daarin opgenomen. [Graaf Dirk VI. Anonieme prent uit 1667.]
We lezen dat in een oorkonde van de Hollandse graaf Dirk VI. Die legde daarin vast, dat de edelman Fastrad Scherebard en zijn echtgenote Sophia, ‘bij hun inkleding te Oostbroek’ aan de abdij Oostbroek verschillende goederen hadden vermaakt. Graaf Dirk verklaarde dat hij de hem opgedragen voogdij van de abdij nooit in leen zou geven, dus dat hij ook de aan het klooster geschonken goederen niet zou vervreemden.
Fastrads vrouw Sophia was een dochter van de graaf van Gulik Het echtpaar werd ‘ingekleed’, dat wil zeggen dat de echtelieden de specifieke, vaak eenvoudige en lange kleding, zoals een tuniek met scapulier en kap voor monniken aantrok of een jurk met schort en sluier voor nonnen. Of het echtpaar monnik respectievelijk non werd is niet bekend. De ‘inkleding’ betekende wel dat de echtelieden een andere levenswijze aannamen, en zich symbolisch verbond aan de levenswijze van de kloosterlingen.
Bij hun intrede schonken de echtelieden hun bezittingen inclusief een kapel aan Oostbroek. Die lagen in de omgeving van Breda, bij Gastel, Bergen op Zoom en Halsteren. Het gebied werd in 1421 overstroomd door de Elisabethsvloed, en later weer ten dele bedijkt. Tot de goederen hoorde een kapel, mogelijk dezelfde als die welke in de oorkonde van Dirk VI wordt genoemd. Het zou hier kunnen gaan om de kapel die hoorde bij een uithof die ‘Upten Doern’ werd aangeduid.
Voor de originele bronnen en de hertaalde versie daarvan klikke men aan: Een adellijk echtpaar laat zich opnemen in klooster Oostbroek
AD
Bron: C. Pijnacker Hordijk ed. ‘Twaalf onuitgegeven oorkonden uit de twaalfde eeuw’. In: Bijdragen en mededeelingen van het Historisch Genootschap( gevestigd te Utrecht), 30e deel (Amsterdam 1909), 198-230, m.n. 205-210.