Dit is de Rondleiding Misdaad in De Bilt. Om terug te gaan naar het begin, klik HIER.

Bij een vechtpartij in 1307 in De Bilt werden twee mannen gedood. In de zoenovereenkomst die achteraf door de twee partijen werd gesloten, kunnen we zien wat er gebeurd is.  De vrede, waarbij de families van de twee gedode mannen 300 pond schadevergoeding kregen, werd door bisschop Guy van Avesnes aan de twee families opgelegd om te voorkomen dat er wederzijds wraak werd genomen. Het is de eerste keer dat de naam De Bilt werd genoemd in een bron die is overgeleverd.

Hier is afgebeeld het schilderij De mondzoen van Pierre Jean Van der Ouderaa (1841-1915). Het stelt de zoenceremonie in de late middeleeuwen voor. Daar is het een man (boetekleed, blote voeten) die een mondzoen aanbiedt aan een vrouw als vertegenwoordiger van de benadeelde familie.

 

Meer informatie

Van de zoensom, het totale bedrag aan schadevergoedingen van 400 pond, werd eerst 100 pond afgehaald voor de bisschop. Het resterende bedrag werd verdeeld tussen de voorzoen, de maagzoen en de erfzoen, die ook mondzoen werd genoemd. Dat laatste bedrag werd uitgekeerd aan de naaste erfgenaam, die ook van de dader een mondkus ontving tijdens de zoenceremonie. Andere bepalingen voor de families betreffen vergiffenis vragen, missen laten opdragen en beloven geen wraak te nemen. Het gaat hier om voor die tijd enorme bedragen, maar ze werden bijeengebracht door een aantal mensen en ook verdeeld over een aantal mensen.

Lambrecht en Roederic, de twee zonen van Willam Scouten, werden tijdens het gevecht ‘doodgeslagen’. Dat wil niet zeggen dat ze door slaan om het leven waren gebracht, want ‘doodslaan’ was iedere vorm van doden waarbij er geen verzwarende omstandigheden in het spel waren zoals een verraderlijke, plotselinge overval of het verbergen van het lijk. Dan zou het namelijk ‘moord’ zijn.

Aan de andere kant waren er Gyze Dapper en zijn vrienden en verwanten, die samen ook wel de Dapperlingen werden genoemd. Bij die partij hoorden ook mensen uit ‘de Woude’. Dat is een eilandje in het Alkmaardermeer, maar het kan ook een verkorte benaming zijn voor een dorpsnaam zoals Renswoude. Die mannen kwamen er ook niet zonder kleerscheuren af. Bij Ghysekyn (Gijsje) de broer Jan van Esselt werd zijn  hand afgehakt en daarom zou hij ook schadevergoeding krijgen, net als Jan van Esselt en Ghyzebert Dapper zelf, die verminkt waren.

Deze zoenovereenkomst is opgenomen in het Registrum Guidonis, een boek met uitspraken over zoenen van Guy of Gwijde van Avesnes die bisschop van Utrecht was van 1301 tot 1317. Hij was de broer van graaf Jan I van Holland en van Henegouwen, die in 1301 op middelbare leeftijd naar voren geschoven was als bisschop. Toen hij in 1304 in de slag bij Zierikzee door de Vlamingen gevangen genomen was, maakten de gilden van Utrecht daarvan gebruik door hun autonomie te bevestigen in de Gildenbrief. Bij zijn overlijden in 1317 liet hij twee dochters na.

In het register staat een van de oudste vermeldingen van De Bilt: Op die Bilt wart ien man doit ghescleghen. Dat dede Gyze Dapper ende zine helpers . Ende van des Gizen gheselscap wart enen man weder die hant ofghescleghen .

DAB

U bevindt u op de Rondleiding Misdaad. Voor het vervolg klik HIER

Literatuur:

P.W.A. Immink en A.J. Maris (ed.), Registrum Guidonis, Het zogenaamde register van Guy van Avesnes Vorst-Bisschop van Utrecht 1301-1317 Met aansluitende stukken tot 1320, Utrecht 1969.

D.A. Berents, Misdaad in de middeleeuwen, een onderzoek naar de criminaliteit in het laatmiddeleeuwse Utrecht, diss. 1976, Stichtse Historische Reeks 2, Utrecht 1976.