
Lange tijd dacht men dat in het Rampjaar 1672 de oorlog tegen de Fransen op het land werd uitgevochten door het leger van stadhouder Willem III van Oranje, terwijl de strijd op zee werd gevoerd door de vloot van Michiel de Ruyter.
De tentoonstelling ‘De Uitlegger en de Zoetwateroorlog’ op Fort Vechten – de locatie van het Waterlinie Museum – laat echter een ander verhaal zien. Het waren namelijk de matrozen en mariniers van De Ruyters vloot die ook in het binnenland het verschil maakten. Met speciaal daarvoor geschikte schepen vochten zij op de Zuiderzee en op de grote rivieren. Daarbij gebruikten ze zogenoemde uitleggers: kleinere, bewapende schepen met bemanningen van soms twaalf, soms veertig en een enkele keer zelfs honderdvijftig man.
Ook in de Hollandse Waterlinie en in de onder water gezette gebieden waren zij actief, met alles wat maar kon varen. Kanonniers van de vloot bedienden bovendien het geschut in steden als Zaltbommel, Gorinchem, Vreeswijk en Woerden, om slechts enkele plaatsen te noemen.
Op die manier maakten De Ruyters mannen het verschil. De Fransen hadden hier in feite geen antwoord op. Het was niet de dooi die ervoor zorgde dat de Fransen in de winter van 1672–1673 Holland niet konden binnentrekken, maar het optreden van De Ruyters matrozen en mariniers.
Over dit onderwerp gaat de tentoonstelling die dit jaar te zien is in het Waterlinie Museum. Een acteur in de rol van De Ruyter, geassisteerd door een verre nazaat, laat zien waar het om draait. Bezoekers kunnen er unieke voorwerpen bekijken van een in het Rampjaar opgeblazen Hollands schip, beschikbaar gesteld door het Erfgoedcentrum Batavialand. Korte films maken het verhaal voor iedereen begrijpelijk. Tot slot kunnen bezoekers vanaf een met een kanon uitgeruste sloep zelfs op de ‘Franse tegenstander’ schieten.