Het dorp Maartensdijk  was de laatste nederzetting in de ontginningen ten noorden van de Vecht, die na het jaar 1085  begonnen. Zie: De ontginningen van Westbroek. In 1463 werd besloten het gebied tussen Maartensdijk en Hollandsche Rading te ontginnen. Het lijkt erop dat de ontginningsdijk, die nu de Dorpsweg heet, er toen al was. Het dorp was een gerecht, de voorganger van de moderne gemeente, met het verschil dat er plaatselijk ook recht werd gesproken.  Dat gerecht heette ‘Oostveen’ en werd bestuurd werd door het kapittel (kerkbestuur) van de Utrechtse Dom. Zie Kaart van het gerecht Oostveen.

Het toen nog heel jonge dorp werd in de zestiende eeuw ook wel aangeduid met de naam Sint Martensdyck.  De Domkerk van waaruit het bestuurd werd, heette immers de Sint Maartenskerk. Zie Sint Maarten, een typisch Maartensdijkse heilige. Door het dorp liep al in de middeleeuwen de vaart waarover turf naar de stad Utrecht werd gebracht. De Duitse Orde, een middeleeuwse ridderorde, had veel grondbezit in Maartensdijk. Zie Over Maartensdijk, de Kruistochten en de ridderlijke Duitse Orde.

Het is bekend dat er al in 1465 een kapel aan de ‘Martensdyck’ stond. Vanaf 1549 wordt in de bronnen een molen genoemd. Het dorp kreeg een echte kerk omstreeks 1555. Dit was de dorpskerk, het gebouw dat men nu nog aan de Dorpsweg kan zien.

Vanaf de middeleeuwen waren er veel buitenplaatsen in het dorp en langs de wegen ernaartoe. Een van de eerste was die van de Utrechtse bisschop Schenk van Toutenburg uit de zestiende eeuw. Dit jachtkasteel is helaas verdwenen. Zie Kasteel Toutenburg. Rond de achttiende en negentiende eeuw kwamen er meer buitenhuizen en landgoederen langs de Maartensdijkse Dorpsweg. Het bekendste is Eyckenstein. Zie Het oude Eyckenstein en Het landgoed Eyckenstein.

Het dorp ging pas laat, aan het eind van de zestiende eeuw, over tot de Reformatie. Zie Nicolaas van Nieuwland en de Reformatie in Maartensdijk.

In de Nederlandse geschiedenis was Maartensdijk korte tijd van landelijke betekenis door de aanwezigheid van Franse troepen in 1672, het Rampjaar, toen het voortbestaan van ons land op het spel stond. Zie Fransen in Maartensdijk in 1672/3. Een eeuw later speelden inwoners van het dorp een belangrijke rol tijdens te patriottentijd. Zie Hendrik Jacob van Hengst, patriot en bouwer van Persijn en Adriaan Hendrik Eijck en de Franse Revolutie.

Veel Maartensdijkers werkten voor de bezitters van de landgoederen. Verder waren er in het dorp veel boeren. Vanaf de zestiende eeuw werd er een aantal fraaie boerderijen gebouwd. Een mooi voorbeeld is Koddestein. Een ander voorbeeld is de boerderij de IJzeren Mortier. Dit gebouw heeft een opvallende geschiedenis: in de negentiende eeuw was het een vergaderplaats en kerk voor mensen die zich afkeerden van de Hervormde Kerk, Afgescheidenen en gereformeerden. Verder waren er tot diep in de twintigste eeuw kwekerijen te vinden in het dorp. Zie De Amerikaansche Anjer-Kweekerij.

Maartensdijk lag en ligt op een knooppunt van wegen: de weg van Hilversum naar Utrecht en de weg van Baarn/Eemnes naar Utrecht. Op de Tolakkerweg en andere wegen werd tot diep in de twintigste eeuw tol geheven.  Dat leidde zelfs tot landelijke protesten. Zie Het tolhuis bij Maartensdijk. Het dorp lag aan een belangrijke spoorlijn en had tussen 1874 en 1934 ook een eigen station, namelijk station Maartensdijk. Bekend zijn de unieke spoorwegbogen.

In de negentiende en twintigste eeuw leefden er weer vooraanstaande Nederlanders in het dorp, zoals de befaamde arts Van Hengel. Zie Gezondheidszorg in Maartensdijk in de negentiende eeuw. De bekende kunstverzamelaar Frederik Johannes Lugt moet zeker genoemd worden. Zie Frederik Johannes Lugt, kunstverzamelaar.

In de jaren twintig van de vorige eeuw kwamen de eerste uitbreidingsplannen met sociale woningbouw voor het dorp. Zie De eerste Maartensdijkse sociale woningbouw.

Maartensdijk werd in de jaren 1940-1945 op allerlei manieren geconfronteerd met de bezetters. Zo verbleven op Eyckenstein Duitse troepen  en op het landgoed Rustenhove werd de eerste verzetskrant van ons land gemaakt. Zie Eerste Nederlandse verzetskrant kwam uit Maartensdijk. Er waren nogal wat overvallen van de Ondergrondse op het gemeentehuis. Zie Het verzet in Maartensdijk.

Na de oorlog werd in 1966 een begin gemaakt met de forse uitbreiding van het dorp door middel van nieuwbouw. Zie De verdwenen Maartensdijkse molen. Dit bouwde voort op de eerste uitbreidingsplannen met sociale woningbouw uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

De gemeente Maartensdijk, waar het dorp de hoofdplaats van was, werd in 2001 opgeheven. Dat jaar kwam een nieuwe gemeente De Bilt tot stand, een samenvoeging van de oude gemeente De Bilt en Maartensdijk. Zie Het einde van de gemeente Maartensdijk.

Afgebeeld is een prent van het dorp van Jan de Beijer uit 1745. (Collectie Het Utrechts Archief.) Rond deze kerk ontwikkelde zich het dorp.

AD