In 1787 grepen de Patriotten de macht in een aantal steden in de republiek. In september trok een Pruisisch leger de Republiek binnen en werden vele patriotten weggejaagd. dat gebeurde in het opstandige bolwerk Utrecht, maar ook in De Bilt en Westbroek. Dat blijkt wel uit De memoriën van geleeden schaden, een uniek boekwerk in vijf delen uit 1796 in het Utrechts Archief. (Foto: AD.)

 

Meer informatie

Er zijn in ons land nog maar twee volledige exemplaren te vinden van de Verzameling, in het Utrechts Archief. Hoezeer haat en geweld sommige Biltenaren in die dagen troffen, blijkt uit de verhalen van schoenmaker Jacob Jan Smits, ‘smidsbaas’ Cornelis Staal, schilder Jacobus Gadella en timmerman Jan Poot. Maar ook in andere kernen van De Bilt was het raak: over ellende in Westbroek berichten ons Willem Heerman en Jan van den Bollen.

Schoenmaker Smits diende evenals de andere genoemden een schadeclaim in nadat de Fransen het land waren binnengetrokken in 1795. Men leest:

‘(Hier volgt de opsomming van) door Jacob Smits geleedene schaade, hoon, geweld en overlast. De vlugt heb ik moeten nemen met mijn vrouw en kind, het welk wij niet gedaan hebben, voordat wij het uiterste gewaagd hebben. 5 weeken heb ik met vrouw en kind moeten omzwerven, eerst na Utrecht, en met het overgaan van de Stad (in Pruisische handen)  na(ar) ‘s (Graven)hage … (volgt een lijst van weg geroofde gereedschappen, huisraad  textiel en inkwartieringskosten, een schade ter grootte van 87 gulden.) Vervolgens ben ik met het inkwartieren zo behandeld van (=door) het gerecht (schout en schepenen), dat er zelfs de (ingekwartierde) militairen met verachting van spraaken, ja zelf(s) zo, dat de (toenmalige) schout Adrianus Booij die mij eerst door leugenachtige voorbeelden, en van waarheid ontbloote dreigementen tot het exerceeren (het meedoen aan militaire exercities) gebragt had, tegen de zin en wil van de Pruisische hoezaaren (huzaren) aan, met meerder belast heeft dan zij wilden, met bijvoeging van woorden en met zulk een gelaat, daar men in dat tijdstip voor rillen en beeven moest. 

Doch om een ruime conscientie te houden (met mijn geweten niet in de knel te raken) in het opgeeven van de schaade door het inkwartieren veroorzaakt, en (omdat) ik daar  geen juiste aantekening van gehouden heb, zo schrijf ik voor de schaade daar door veroorzaakt maar 16 guldenVervolgens heeft het gerecht mij in het Jaar 1787, 1788 en 1789 zamen genomen meer dan 25 gulden verhoogd, en terwijl ik in mijn broodwinning, noch in mijn huisgenooten niet vermeerderd was (mijn gezinsinkomen niet gestegen was), zo heb ik bij het gerecht daarover geklaagd, dat die last voor mij te zwaar was om op te brengen, en haar (=het gerecht)  aangetoond, dat zij niet na evenredigheid met mij handelden. Ja dat heeft zelfs Schout Koff, mij op zijn boek (met de stukken) aan getoond. Evenwel heeft schout en gerecht mij afgeperst.

Doch voor dat ik het betaalde, vroeg ik na de reede, waarom ik zo verhoogd was (en werden drogredenen opgevoerd) … Eindelijk hebben wij veel hoon en smaad, geweld en overlast om ons patriotschap moeten doorstaan, langen tijd achter den anderen (achtereen), met ons na te jouwen, liedjes op ons te zingen, galgen voor mij, voor mijn vrouw en kind op de deur te schrijven, met drek in mijn aangezicht te werpen, als ik stil zat te werken. Langen tijd hebben wij moeten verdragen dat er samengeschoolde lieden  … met steenen op mijn deur wierpen, met bijlen daar op sloegen, ja zelfs met steenen door de glazen wierpen, en dit geschiedde dikwijls zo geweldig (gewelddadig), zoo op het onverwagtst, en meest als het duister was, dat veel menschen geoordeeld hebben, dat de schrikken die mijn vrouw daardoor gekreegen heeft, een oorzaak voor haar dood zijn geweest, alzo ik mijn echtgenoot op den 20 augustus in het jaar 1789, door den dood verlooren heb. En waren mijn naaste buuren, mannen en vrouwen die mij getrouw zijn geweest, niet dood, ik zoude nog wat anders voor den dag brengen, maar nu sluit ik met de waarheid. ‘De Allerhoogste maakt het goed. Na ’t zware geeft hij het zoet.’’

Als men deze LINK aanklikt, vindt men een volgende post over de gevolgen van de patriotse strijd en revolutie voor de kernen van de Bilt.

Literatuur:

A. Doedens, ‘De prijs van partijschap. Geweld, schade en partijdigheid in De Bilt e.o. in 1787 en daarna’, in: De Biltse Grift (juni 2015).

De eerste pagina van de schadeclaim van schoenmaker Smits. Foto: Anne Doedens

AD