In februari 1624 bleken er maatregelen nodig in verband met het inbreken van de Lekdijk in het Sticht en de overstroming van dijken in Hollands hart. Daarbij kwam ook De Bilt in beeld.  Afbeelding: Het herstellen van de doorgebroken dijk langs de Lek bij Vianen, na de dijkdoorbraak en overstroming op 10 januari 1624. (Rijksmuseum Amsterdam.)

 

Meer informatie

Men bedacht, dat er vanwege  ‘de grote  nood in tal van dorpen en ter voorkoming van ‘gelijke swarigheyd’ een afdoende waterkering moest worden gemaakt. Niet alleen aan de Hollandse kant, bij Vianen stroomde de Lekdijk over, maar ook in het Sticht,  bij ’t Waal. Hoe het zij, Holland wenste  maatregelen te nemen en wilde dat niet alleen doen.

De Hollandse Staten vonden dat ook het gewest Utrecht zijn verantwoordelijkheid moest nemen. Dat laatste gewest was immers eveneens geraakt door het wassende water van de grensrivier de Lek tussen beide gewesten. Men was ervan overtuigd dat de Lekdijk (Bovendams) gezamenlijk door Holland en  Utrecht moest worden verhoogd en onderhouden.

De Hollandse Staten spraken op 2 augustus 1624 over de kwestie: bij de bestudering van oplossingen op Stichts gebied was door Holland ook ‘een dijk of weg’  vanaf Vreeswijk naar De Bilt onderzocht: kon die als extra waterkering dienen?  Utrecht was echter niet al te happig op een gezamenlijke aanpak. Het is zeker dat er nooit een heuse dijk als waterkering tegen rivier-overstromingen in De Bilt tot stand is gekomen.

AD

 

Literatuur:

M.K. Elisabeth Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland, III (de periode 1600-1700) (Assen  1977) p. 75