In de dorpsschool, gevestigd in het gebouw dat nu bekendstaat als De Oude School, kregen generaties kinderen les onder omstandigheden die tegenwoordig nauwelijks voorstelbaar zijn. Klassen waren groot, soms meer dan honderd leerlingen tegelijk, en de ruimte waarin les werd gegeven, was klein en slecht geventileerd. In de winter kon de lucht zo bedompt worden dat kinderen flauwvielen. Toch werd er van de schoolmeester verwacht dat hij orde hield en onderwijs gaf aan alle niveaus tegelijk. Wim Krommenhoek maakte een overzicht naar aanleiding van hun graven bij de Dorpskerk. Tekening: Onderwijzer voor de klas door Willem Steelink 1866 – 1886 (Rijksmuseum Amsterdam)

Meer informatie

Een van de vroegste beschreven schoolmeesters is Pieter van Diepeningen, die vanaf 1792 actief was en in 1822 overleed. Hij combineerde meerdere functies: naast schoolmeester was hij ook koster en later zelfs gemeenteontvanger. Dat was geen uitzondering, maar eerder noodzaak, want van het salaris als onderwijzer alleen kon je nauwelijks rondkomen. Ondanks de moeilijke omstandigheden werd Van Diepeningen geprezen om zijn werk. Een schoolopziener sprak in 1802 zijn “hoogste tevredenheid” uit over de staat van de school en het onderwijs. Het onderwijs zelf bestond grotendeels uit lezen, schrijven en rekenen, maar had ook een sterk religieus karakter. Kinderen leerden de catechismus, psalmen en Bijbelteksten, en werden zelfs ondervraagd over de preek van de zondag ervoor.

Georg Enderlé

Na Van Diepeningen trad in 1823 Georg Diederik Enderlé aan als schoolmeester. Ook hij combineerde het onderwijs met kerkelijke taken als koster en voorlezer. Zijn takenpakket was breed en ging verder dan lesgeven alleen. Hij moest toezicht houden op het gedrag van jongeren, zowel in als buiten de kerk, en ervoor zorgen dat er geen kattenkwaad werd uitgehaald. Zelfs praktische zaken zoals het luiden van de klok vielen onder zijn verantwoordelijkheid, al besteedde hij dat werk uit aan jongens uit het dorp.

Onder Enderlé verbeterden de omstandigheden enigszins. De gemeente investeerde in de school: ramen werden vergroot, vloeren vernieuwd en muren gewit. Ook kwamen er voorzieningen zoals een pad naar het toilet, zodat kinderen niet met modderige schoenen de klas in hoefden. Toch bleef het probleem van overvolle klassen bestaan. In 1835 telde de school ongeveer 150 leerlingen in één ruimte. Lesgeven aan zowel beginners als gevorderden tegelijk leidde regelmatig tot chaotische situaties.

Verhuizing en differentiatie

Halverwege de eeuw kwam er verandering. In 1844 verhuisde de school naar een nieuwe locatie, een voormalige rijtuigfabriek. Het oude schoolgebouw kreeg later een andere bestemming, onder andere als bewaarschool (een vroege vorm van kleuteronderwijs). Daarmee werd een eerste stap gezet richting differentiatie in het onderwijs, al bleven de middelen beperkt.

Enderlé bleef tot 1866 in functie en maakte daarmee een lange carrière door. Hij was bovendien de eerste die ondersteuning kreeg van een hulponderwijzer, wat aangeeft dat het onderwijs langzaam professioneler werd. Na zijn vertrek werd hij opgevolgd door J. Leusden, die eveneens schoolmeester en koster was tot zijn overlijden in 1883. Beide mannen liggen begraven op het kerkhof van de Dorpskerk, een tastbare herinnering aan hun rol in de lokale gemeenschap.

Conclusie

Wat vooral opvalt in dit overzicht is hoe veelzijdig en zwaar het beroep van schoolmeester was. Het ging niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om opvoeding, toezicht en religieuze vorming. Tegelijkertijd waren de materiële omstandigheden vaak slecht en was het inkomen beperkt, waardoor nevenfuncties noodzakelijk waren.

Toch waren deze schoolmeesters van grote betekenis. Zij legden de basis voor het onderwijs zoals wij dat nu kennen en droegen bij aan de ontwikkeling van hun gemeenschap. Hun ogenschijnlijk eenvoudige graven op het kerkhof staan in schril contrast met hun belangrijke rol in de geschiedenis van De Bilt.

DAB

 

Literatuur:

Krommenhoek, W., Negentiende-eeuwse Biltse schoolmeesters begraven op het kerkhof van de Dorpskerk, in: De Biltse Grift maart 2010.

Zie ook de digitale rondleiding over onderwijs die begint op

Rondleiding Onderwijs: welkom – Online Museum de Bilt