Seksueel misbruik binnen kerkelijke instellingen wordt wel gezien als een probleem van de moderne tijd., maar historische bronnen laten zien dat dergelijke misstanden ook eeuwen geleden voorkwamen. Een opvallend voorbeeld is te vinden in Herfsttij over Oostbroeks abdij van M.P. van Buijtenen en A.K. de Meijer. Daarin wordt het verhaal verteld van Cornelis Anthonisz van Utrecht, een monnik van de abdij van Oostbroek die in de zestiende eeuw betrokken raakte bij een ernstig schandaal. Afbeelding: De monnik en de non door Heinrich Aldegrever 1530 (Rijksmuseum).

Meer informatie

Cornelis Anthonisz, geboren rond 1541 in Utrecht, was monnik in Oostbroek en werd in 1565 op vierentwintigjarige leeftijd tot prior benoemd. Hij probeerde ook abt te worden, maar de landvoogdes stelde Albrecht Roest aan. Na negen maanden echter stierf Roest door vergiftiging. Zie daarover op deze site Een vergiftigde abt en een giftige atmosfeer: Oostbroek 1565-1566 – Online Museum de Bilt

Cornelis Anthonisz werd in 1569 benoemd tot proost van het Benedictinessenklooster Klaarwater bij Hattem. Al snel bleek hij een omstreden figuur. Volgens de auteurs was hij intelligent en handig, maar ook bedreven in het verdraaien van feiten. Bovendien kwam hij geregeld in conflict met wereldlijke en kerkelijke autoriteiten.

In 1578 richtten de priorin en de nonnen van Klaarwater zich tot de stadhouder van Gelderland Jan de Oude van Nassau. Zij verklaarden dat Cornelis enkele jaren eerder uit zijn functie was gezet wegens ernstige misdrijven. Moeten we hier denken aan moord? Ondanks zijn afzetting probeerde hij opnieuw de leiding van het klooster in handen te krijgen. De zusters waren daar zo bang voor dat zij het klooster ontvluchtten.

Zwangere nonnen

De beschuldigingen tegen hem waren zwaar. Familieleden van twee nonnen, Andrea van Apeldoorn en Blyke Grevinck, verklaarden dat Cornelis hen ongeveer drie jaar eerder had verkracht. De vrouwen hadden juist tegenover hem hun gelofte van kuisheid afgelegd. De familie stelde bovendien dat beide vrouwen als gevolg van zijn daden zwanger waren geraakt.

Toch leek Cornelis zich niet gemakkelijk uit het veld te laten slaan. Hij wist documenten te verkrijgen waarin hem door kerkelijke autoriteiten en zelfs door koning Filips II vergiffenis en gratie werden verleend. Op basis daarvan probeerde hij zijn positie als proost terug te krijgen.

De familie van de slachtoffers en de leiding van het klooster betoogden dat Cornelis zijn rehabilitatie had verkregen door feiten te verzwijgen of te verdraaien. Bovendien betekende een verleende gratie niet automatisch dat hij zijn ambt mocht hervatten.

Toegang met geweld

De situatie escaleerde verder toen Cornelis in 1578 met gewapende begeleiders naar Klaarwater terugkeerde. Volgens de bronnen verschafte hij zich met geweld toegang tot het klooster. De nonnen sloegen opnieuw op de vlucht. Daarop vroegen de oversten van de hervormingsbeweging van Bursfeld, waartoe het klooster behoorde, de stadhouder om in te grijpen. Zij spraken openlijk over de verkrachtingen en eisten zijn verwijdering.

Aanvankelijk leek de stadhouder bereid hard op te treden. Er werd zelfs een bevel voorbereid om Cornelis te arresteren en naar Arnhem over te brengen. Vermoedelijk wist hij tijdig te ontkomen.

Het meest opmerkelijke is misschien wel dat Cornelis later opnieuw opduikt in de geschiedenis. In de jaren tachtig van de zestiende eeuw wordt hij genoemd als de eerste protestantse predikant van Zeist.

De auteurs van Herfsttij over Oostbroeks abdij benadrukken dat het waarschijnlijk om een uitzonderlijk geval gaat.

DAB

 

Literatuur:

Buijtenen, M.P. van en A.K. de Meijer, Herfsttij over Oostbroeks Abdij, Zeist 1990.

Vlodorp, L. van, Van alle eeuwen en overal, in: De Biltse Grift september 2010.