In het derde kwartaal van 1942, met name op 28/29 augustus en 23 september 1942 gingen 31 Duitse en Nederlandse medewerkers van de Einsatzstab Rosenberg in de voormalige gemeente De Bilt aan het werk om de waarde van de buit — de door Joodse inwoners achtergelaten roerende goederen — te taxeren. [Amsterdamse joden in afwachting van deportatie naar kamp Westerbork, 20 juni 1943. Foto Herman Heukels. Wikipedia]

 

Meer informatie

Meer informatie over deze Einsatzstab en de ‘werkzaamheden’ van deze rooforganisatie in Bilthoven in de maanden augustus en september 1942 vindt u door HIER te klikken. De stamboekkaarten met gegevens over de getaxeerde Joodse boedels geven een indringend beeld van de rooftocht van de bezetter. De ‘taxateurs’ spraken in hun taxaties over de betrokken Joden als ‘emigranten’. Zij opereerden in koppels, waarbij vooral het duo Hogguer en Bax opvalt. De ‘taxateurs’ brachten de waarde van de Joodse roerende goederen in kaart en kwamen gezamenlijk uit op een bedrag van meer dan 3.800 gulden. Zij bezochten daarvoor 59 adressen om de waarde van de achtergelaten goederen van bijna honderd Joodse slachtoffers vast te stellen. Het merendeel van deze adressen — meer dan 90 procent — bevond zich in de huidige kern Bilthoven, vooral in de wijk Bilthoven-Noord.

Bij een tiental adressen werd aangetekend dat de bewoner(s) ‘flüchtig’ (verdwenen of voortvluchtig) waren. Een groot deel  van de genoemde personen had een Duitse of Duits klinkende naam. Het gaat hierbij doorgaans om Duitse Joden die hun land al eerder waren ontvlucht. Op de lijst lijst van burgemeester Van der Borch (zie hierna) is er sprake van meer dan twintig personen die in Duitsland geboren waren en enkele personen uit Roemenië, Hongarije, Polen en Tsjecho-Slowakije. De joden van wie de inboedels werden getaxeerd zijn vaak alleenstaande  huurder of ‘Einwohnende’ (33 keer), of echtpaar zonder kinderen (16 keer), vaak woonachtig in één kamer die zij als zij er al niet gratis mochten verblijven vermoedelijk huurden van de eigenaar van de woning. Van gemengde huwelijken of ‘Mischehen’ — acht in totaal — werd wel de naam van de Joodse partner genoemd, maar werd geen taxatie uitgevoerd. Bij de alleenstaanden — ongeveer een derde van de genoemde bijna honderd Joden — staat vaak de opmerking dat er nauwelijks iets te taxeren was, omdat zij alleen nog beschikten over hun ‘Kleider und Leibgut’: hun kleding, schoenen, linnengoed en toiletartikelen. Deze persoonlijke bezittingen hadden zij bij hun ‘emigratie’ kennelijk mogen meenemen.

De stamboekkaarten laten, voor wie er kennis van neemt, een huiveringwekkende administratieve werkelijkheid zien, waarin af en toe ook persoonlijke details zichtbaar worden. Een voorbeeld is de stamboekkaart van de Joodse zuster Mendes da Costa, die woonde en werkte op Sanatorium Berg en Bosch. Over haar bezittingen stelden de ‘taxateurs’ N.J. Evers en W. Braam vast dat deze niet meer omvatten dan enkele boeken en haar kleding. Deze persoonlijke bezittingen mocht zij kennelijk meenemen op haar weg naar een gruwelijke toekomst.

Een opvallende zaak is dat onder de bijna honderd genoemde Joden tientallen namen voorkomen die niet op de lijsten van burgemeester Van der Borch en de Biltse hoofdinspecteur Mollerus voorkomen. Klik voor deze lijst HIER. 

Het gaat om de volgende negentien namen (waarbij rekening moet worden gehouden met mogelijke fouten in de naamweergave, omdat de stamboekkaarten soms zeer onduidelijk en moeilijk leesbaar zijn):

Berger, B.L.F. Cohen, S.H. Cosman, Davidson, mevrouw Marie Hahn, mevrouw Jenny Hirschberg-Rafael, mevrouw Kersten-Kattenberg, mevrouw Margot S. Kilinsky, F.I. Kohn, mevrouw J. Langsmit-Arends, R. Lion, W. Lohnberg, mevrouw Mendes da Costa, M.I. Moses, O.I. Moos, Louis Peter, F.M.J. Rathenau, Rupka, mevrouw Anne Simons-Cohen, mevrouw Schipper-Sluys, Alida Sluys.

De stamboekkaarten geven aan wie de eigenaren waren van de percelen waarop de huizen stonden waar de joden vertoefden. Doorgaans verschillen die namen van die van degenen die als eigenaar werden opgegeven. In een beperkt aantal geval wordt geen eigenaar genoemd, zodat het mogelijk om omstreeks vijf woningen ging waarvan de eigenaar ook woningbezitter was.

Voor de bronnen over de inzet van de Einsatzstab Rosenberg in Bilthoven klik HIER

AD

Bron: NIOD, toegang nr. 093a Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg nr. 78 (De Bilt-Maarssen).