
Aan de Soestdijkseweg Zuid in Bilthoven was tientallen jaren het Nederlands Instituut voor Vakopleiding in de levensmiddelenbranche (NIVA) gevestigd. Hier werden duizenden kruideniers en winkelmedewerkers opgeleid. Het instituut speelde daarmee een belangrijke rol in de professionalisering van de Nederlandse levensmiddelenhandel. Foto: de dagopleiding van de kruideniersvakschool in Utrecht in 1966. (Het Utrechts Archief, fotograaf Gemeentearchief Utrecht)
Het NIVA werd in 1938 opgericht en werd gevestigd aan de Soestdijkseweg 198 Zuid in Bilthoven. De eerste directeur was de heer H. Rademaker. De oprichting was niet toevallig. In de periode kort voor de Tweede Wereldoorlog stelde de Rijksoverheid steeds strengere eisen aan de vakbekwaamheid van zelfstandige ondernemers. Het NIVA was hierop het antwoord van de kruideniersbranche.
Het instituut verzorgde schriftelijke en mondelinge cursussen en examens die door het ministerie werden erkend. Met het behaalde diploma voldeden cursisten aan de wettelijke eisen voor een vestigingsvergunning, het middenstandsdiploma en het vakdiploma voor het kruideniersbedrijf.
Professionalisering
Het NIVA had een zogeheten paritair of branche vertegenwoordigend bestuur. Dat werd gevormd door afgevaardigden van verschillende partijen in de levensmiddelenbranche te weten de kruideniersbonden (roomkatholiek, christelijk en algemeen), afgevaardigden van inkoopverenigingen en vrijwillige filiaalhouders zoals de Spar, Centra of VeGe, deskundigen uit het middenstandsonderwijs en het Ministerie van Economische Zaken. Het ministerie zag toe op kwaliteit van de examens voor de vestigingswet.
Het instituut, dat speciaal was opgericht voor het scholen van winkelpersoneel en ondernemers, heeft een belangrijke rol gespeeld in de professionalisering van de levensmiddelensector. Vooral de cursus vakbekwaamheid kruideniers, die werd gestart in 1940, was bekend in de branche.
Na de oorlog
Na de Tweede Wereldoorlog ging Rademaker met pensioen. Hij werd opgevolgd door J. Th. Lemckert. Deze gaf leiding aan het instituut en breidde het aantal schriftelijke en mondelinge cursussen verder uit. Ook zag hij streng toe op de kwaliteit van de examens. Bij het vijftienjarig bestaan kon hij melden dat op 56 plaatsen cursussen werden gegeven en inmiddels 32.800 cursisten waren opgeleid. Lemckert vormde bovendien een belangrijke schakel tussen het NIVA en de brancheorganisaties.
Ook stimuleerde Lemckert het dagonderwijs. Zo was hij betrokken bij de oprichting van een dagopleiding in Utrecht, waarvan hij jarenlang onderwijsdirecteur was. Dankzij zijn betrokkenheid bij beide instellingen konden theorie en praktijk goed op elkaar worden afgestemd.
Integratie in grotere opleidingen
Het NIVA is in de jaren ’70 en ’80 geleidelijk opgegaan in bredere door de overheid gereguleerde onderwijsinstellingen. De belangrijkste reden hiervoor was de opkomst van de supermarkt en daarmee samenhangend het verdwijnen van de kleine zelfstandige kruidenier. Een andere belangrijke reden was het centreren van de middenstandsopleidingen door de overheid, waarbij kleine zelfstandige organisaties werden gefuseerd tot grote landelijke opleidingsinstituten voor de gehele detailhandel zoals de latere OVD (opleidingsinstituut detailhandel). en brancheorganisaties als CBL (centraal Bureau Levensmiddelenbranche).
Aan het eind van de 20 eeuw waren de specifieke taken, het examen en het lesmateriaal van het NIVA volledig geïntegreerd in het moderne mbo onderwijs voor de retail en food. Gedurende tientallen jaren was het NIVA een van de minder bekende, maar landelijk invloedrijke onderwijsinstellingen die in Bilthoven waren gevestigd.
EvdV
Literatuur
El – Rumpt, C. van der, Een kruideniersfamilie in de 20ste Eeuw Utrecht, 2010.
Rutte, G. en A. & J .Koning, De supermarkt, Vijftig jaar geschiedenis, Amsterdam 1998.
De katholieke kruidenier, Orgaan van de Nederlandsche Katholieke Kruideniers- bond.
Kruideniermuseum Utrecht.