Op woensdagmorgen 28 juni 1939 brak rond tien uur een bos- en heidebrand uit bij Maartensdijk, vlak bij de spoorlijn Utrecht–Bilthoven en de Groenekanseweg. [Het blussen van een heidebrand. Foto uit een album van omstreeks 1930. Utrechts Archief, catalogusnummer 818760.]

Meer informatie

In eerste instantie leek de brand niet ernstig. Men dacht dat enkele dagloners en losse arbeiders het vuur wel konden blussen. Rond het middaguur nam de noordoostenwind echter sterk toe. De vlammen verspreidden zich daardoor snel in de richting van het landgoed Beukenburg van de substituut-officier bij de rechtbank van Utrecht, mr. jhr. Twiss Quarles van Ufford. Die zag dat de brand steeds gevaarlijker werd. De vlammen dreigden het bos van zijn landgoed te bereiken. Daarom werd de brandweer van Maartensdijk gewaarschuwd.

Rond half twee arriveerde die. Verschillende gemeentelieden spoedden zich naar het gebied van de brand. De burgemeester van Maartensdijk, R. Tjalma, was eigenlijk met vakantie, maar kwam vanwege de ernst van de situatie toch terug naar zijn gemeente. Ook locoburgemeester Udo en secretaris E. Kwint gaven acte de présence. Zij zagen dat de brandweer grote moeite had om het vuur onder controle te krijgen. Vooral het gebrek aan water vormde een groot probleem. Daarom vroeg Twiss Quarles van Ufford hulp aan de genietroepen van het Nederlandse leger in Utrecht. Deze hulp was dringend nodig, want de vlammen waren inmiddels tot op enkele tientallen meters van een dennenbos van tientallen hectaren gekomen.

Binnen een half uur arriveerden ongeveer 150 militairen van de genietroepen. Kolonel Scharroo nam persoonlijk de leiding over het blussingswerk op zich, geholpen door kapitein Duhoux. Met schoppen groeven de militairen zij op de meest bedreigde plaatsen brede greppels rond het brandende gebied. Die moesten ervoor zorgen dat het vuur zich niet verder kon uitbreiden. Dat lukte, waardoor de vlammen niet verder konden oprukken naar de bossen van Beukenburg. Direct naast de vuurhaard lagen koren- en graanvelden, slechts gescheiden door een weg van ongeveer twee meter breed. Een deel van het graan had al vlam gevat. De militairen grepen ook hier snel in. Met bundels takken sloegen zij de vlammen neer, waardoor ook dit gevaar werd bedwongen.

Rond drie uur ’s middags was het grootste gevaar voorbij. Rondom het verbrande terrein waren voldoende greppels aangelegd om te voorkomen dat het vuur zich, ondanks de harde wind, opnieuw zou verspreiden. De grote bossen van Beukenburg waren daarmee gered.

Twiss Quarles van Ufford was de militairen zeer dankbaar voor hun inzet en liet een grote wagen met bier en limonade komen. De soldaten die urenlang hadden gewerkt in grote hitte en adembenemende rook konden nu eindelijk hun dorst lessen. Aan hun “moedig werk temidden der vlammen” was het te danken dat enkele honderden hectaren prachtig natuurschoon niet veranderden in een “verkoolde woestenij”.

AD

Bron: Volksblad, 29 juni 1939.