Bijna zijn hele werkzame leven stond de Westbroeker Arie Oudhof in dienst van zijn dorp. Hij zorgde voor de wegen, bestreed gladheid en ratten en had bovendien de verantwoordelijkheid voor de begraafplaats. In 1992 vertelden Koos Kolenbrander en Hans Stevens in een krantenartikel over zijn herinneringen aan Westbroek. Het verhaal geeft een bijzonder beeld van het dorp in de eerste helft van de twintigste eeuw. Foto: De heer Oudhof, begin vijftiger jaren op de Kerkdijk in Westbroek. (Beeldbank Historische Vereniging Maartensdijk)

 

Meer informatie

Arie Oudhof werd in 1908 geboren in een huis tegenover de kerk aan de Kerkdijk. De weg was toen nog niet verhard. Hij groeide op in de omgeving van de kerk en het gemeentehuis, twee plaatsen die later een belangrijke rol in zijn leven zouden spelen.

Zijn vroegste herinneringen gingen terug tot 1914. Mededelingen werden toen nog letterlijk door de politie aan de bevolking toegeroepen. Als iemand was overleden, ging een aanzegger langs de huizen om het nieuws persoonlijk te melden.

In 1932 kreeg Oudhof, 24 jaar oud, de zorg voor de begraafplaats. Daarmee zette hij een familietraditie voort. Zijn drie voorgangers waren allemaal voorouders, afkomstig uit de familie Overeem. Een overgrootvader had in 1834 de twee inmiddels grote berkenbomen bij de begraafplaats geplant.

De algemene begraafplaats was bestemd voor iedereen. Oudhof kreeg soms ook te maken met onbekende doden. In de bocht van de Vecht bij fort De Klop werden weleens lichamen gevonden die door het water waren meegesleurd en hij moest ze bergen. Wanneer zich na een krantenoproep geen nabestaanden hadden gemeld, werden de overledenen in Westbroek begraven.

Wegen onderhouden

In 1946 solliciteerde Oudhof naar een baan bij de gemeente voor het onderhoud van de wegen. Hij werd uit 94 kandidaten gekozen. Het werk veranderde in de jaren daarna sterk. Aanvankelijk waren waterwegen belangrijk, omdat veel vervoer nog per schuit of met paard en wagen plaatsvond, maar door het groeiende autoverkeer moesten steeds meer zand- en grintwegen worden verhard.

Een voorbeeld was de Dr. Welfferweg. Voor het verharden van ongeveer 6000 vierkante meter werden onder meer 200 liter teer en zestig kubieke meter grint aangevoerd. Arie Oudhof voerde het werk grotendeels met de hand uit.

In de winter was hij verantwoordelijk voor de gladheidsbestrijding, waarvoor hij zeven dagen per week beschikbaar moest zijn. Bij gladheid kon zijn werk al om half vier ’s morgens beginnen. Na zware sneeuwval maakte hij de wegen met een schuif achter de trekker schoon en strooide vervolgens zand. Zijn route voerde door Westbroek en Achttienhoven, richting Tienhoven en uiteindelijk naar de Vecht.

Ook rattenbestrijder

Na de samenvoeging van Westbroek en Achttienhoven met Maartensdijk in 1957 ging het gemeentepersoneel over naar de nieuwe gemeente, maar Arie Oudhof bleef in Westbroek werken. Sinds 1953 had hij bovendien de bestrijding van ratten in alle kernen onder zijn hoede. Vooral de bruine rat was het doelwit.

In zijn lange loopbaan maakte hij drie burgemeesters mee: Huydecoper, Schuiler en Panis. In 1973 ging Oudhof als gemeentewerker met pensioen. De zorg voor de begraafplaats en de rattenbestrijding bleef hij echter nog doen tot zijn zeventigste, in 1978.

 

Literatuur:
Gemeentewerker blikt terug op bijna een eeuw Westbroek, 4 februari 1992, in: Biltse en Bilthovense Courant    04 februari 1992.