In 1502 liet Jacob Jacobszoon, rentmeester-generaal van Kennemerland en Gooiland, onderzoeken aan wie de betwiste venen op de grens van Holland en het Sticht Utrecht toebehoorden. Aanleiding was dat inwoners van het Sticht in de venen bij Westbroek, Oostveen en de Wiltvang hadden gegraven en turf gestoken op gronden die volgens Holland tot Gooiland behoorden. De historicus Boxhorn besteedde uitgebreid aandacht aan de zaak. [Voorblad van Marci Zverii Boxhornii, Tonneel, ofte Beschryvinghe des Landts ende Steden van Hollandt ende West-Vrieslandt.]

Meer informatie

Tijdens het onderzoek legden talrijke getuigen verklaringen af. Zij verwezen naar oude grensbeschrijvingen, mondelinge overleveringen, cijnsrechten en zichtbare grensmerken. Volgens hen liep de oude grens vanaf de mond van de Eem via de Leeuwenpaal, de Hoge Vuursche, Warnaers hofstede, de hofstede van de abdis van Elten, de Blauwe Sarck, Hoddemeyr en Coddemeyr ten oosten van Westbroek naar de Vecht. Verschillende getuigen verklaarden bovendien dat zij bij Westbroek een grote ondergrondse steenmassa hadden gevonden, die zij beschouwden als een grensaanduiding tussen Holland en het Sticht. De afstand van deze ‘blauwe zerk’ tot de Westbroekse kerk is niet helder. De ene getuige spreekt – iets dat onwaarschijnlijk is – van meer dan zeven kilometer, de andere van 450 tot 600 meter.

Ook schriftelijke bronnen werden als bewijs aangevoerd. Een oud document beschreef de grenzen van Gooiland en stelde dat de Wiltvang binnen de heerlijkheid Gooiland lag. Volgens Holland behoorden ook de aangrenzende venen van Westbroek en het noordelijke deel van Oostveen tot dit gebied. Verder wees men erop dat inwoners van Eemnes, Baarn en Soest nog altijd cijnzen en tienden betaalden aan de graaf van Holland en dat de venen al tientallen jaren met zijn toestemming werden gebruikt en ontgonnen.

Holland verwierp het argument dat het bisdom Utrecht eigenaar van de venen zou zijn. Volgens de Hollandse juristen moest het Sticht aantonen dat deze gebieden ooit uitdrukkelijk aan de bisschop waren toegewezen, maar daarvoor bestond volgens hen geen bewijs..

Het onderzoek concludeerde dat de venen van Westbroek, het noordelijke deel van Oostveen en de Wiltvang binnen de heerlijkheid Gooiland lagen en onder het gezag van de graaf van Holland vielen. Volgens de onderzoekers bevestigden de oude grenspunten, de gevonden grensstenen, de historische rechten en het langdurige gebruik door Gooilanders deze aanspraak. Voor een overzicht over de geschiedenis van de grenstwisten klik HIER. Door via de daar te lezen post de daar aangegeven links aan te klikken kan men kennis nemen van het gehele verhaal.

Klik voor de hertaling van de tekst van Boxhorn [zie hieronder] klik aan: Hertaling van de Informatie van 1502 over de grenzen van Gooiland en Utrecht.  Voor de samenvatting klik aan: Samenvatting.

AD

 

Bron:

Marci Zverii Boxhornii, Tonneel, ofte Beschryvinghe des Landts ende Steden van Hollandt ende West-Vrieslandt. Marci Zuerii Boxhornii, Theatrum sive Hollandiæ Comitatus et Urbium Nova Descriptio. Qua omnium civitatum, præcipuorum locorum icones, origines, incrementa, res domi forisque gestæ, iura, privilegia, immunitates, ipsis principum tabulis expressa, et viri illustres exhibentur. Amstelodami, sumptibus Henniel Hondii, pp. 326-330.