U bevindt u op de Rondleiding Adel. Om het begin te vinden klik HIER

Afgebeeld is een deel van een verloren gegaan venster uit de zestiende eeuw in de kerk van Westbroek, waarop de graaf van Rennenberg in biddende houding is afgebeeld, samen met zijn vrouw. (Meer hierover in de post Het kerkraam van Willem van Rennenberg.) Volgens graaf Lamoraal II van Egmond berustte het bezit van Westbroek door Rennenberg op een falsificatie en was het ten onrechte aan de Egmonds ontnomen.

 

Meer informatie

Willem van Rennenberg (1470-1545) trouwde op 37-jarige leeftijd met  Cornelia van Culemborg en erfde in 1510 de ruïne van kasteel Zuylen, dat hij herbouwde. Het werd in 1536 zelfs opgenomen in de lijst van Utrechtse ridderhofsteden. Het geslacht Rennenberg was in de zestiende eeuw verwant aan de Culemborgs en aan de Lalaings, graven van Hoogstraten. Het leverde later in die eeuw in George van Rennenberg de stadhouder van Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel, die bekend werd door zijn verraad aan de Opstand in 1580. Abdis Henrica van Erp van het Biltse Vrouwenklooster schreef over de begrafenis van Willem van Rennenberg, die als bewoner van slot  Zuilen en heer van Zuilen en Westbroek een buurman van Vrouwenklooster was:

Op de 11de juli van het jaar 1545 stierf graaf Willem van Rennenberg op zijn kasteel te Zuylen. Hij werd gebalsemd. Zijn hart werd begraven in de slotkapel van Zuylen, zijn ingewanden te Westbroek en zijn lichaam te Oostbroek op de 23ste van de genoemde maand juli. Ik stelde me met mijn joffers op voor onze kloosterpoort aan de Steenweg. Daar wachtte ik [op de stoet] met onze kapelaan die zijn kazuifel aan had en een wijwaterkwast in zijn hand. Twee van onze jongste joffers droegen het Kruis en de wierook. We liepen het klooster via de Vrenckpoort uit en posteerden ons bij de Wagenweg waarlangs men naar Oostbroek rijdt totdat alle wagens voorbijgekomen waren. Toen gingen wij terug.’

Deze begrafenis in drieën  vindt zijn oorsprong in vorstelijke begrafenisrituelen. Begravingen van deze soort waren er al in de vroege middeleeuwen. Het lichaam van een heerser was ‘heilig’, straalde zegenrijk uit en leidde tot verering van de begraafplaats. In de Westbroekse kerk leest men op een zestiende eeuwse gedenkplaat:

Int iaer Ons Heeren MV ende VIII den xviii dach in iulij zo is offlyvich gheworden (gestorven) den edelen waelgeboren heere heer Willam vrijgraeff toe Rennenberch, heer tot Zuijlen ende Westbroeck ende heer tot Oldenhoeven.  Daer t hart Zuijlen inde cappelle is begraven ende he[e]t inghewant hier inde Westbroeck ende het lichaem tot Oostbrock is begraven.

 Zie voor deze gedenkplaat de post: ‘de gedenkplaat van graaf Willem van Rennenberg.

In een rapport uit 1616 in het Algemeen Rijksarchief leest men over de strijd tussen de graven van Egmond enerzijds en de heren van Culemborg, Rennenberg en Lalaing-Hoogstraten, alle drie verwant met elkaar, anderzijds. In deze tekst van de hand van Lamoraal II van Egmond wordt aangetoond dat Rennenberg c.s. zich ten onrechte de heerschappij over Westbroek hadden aangematigd.

AD

U bevindt u op de Rondleiding Adel. Voor het vervolg klik HIER

 

Literatuur:

De Kroniek van Henrica van Erp, abdis van Vrouwenklooster. Ingeleid en bezorgd door Anne Doedens en Henk Looijsteijn (Hilversum 2010).

T. Barrneveld, ‘”Den zonderlingen wensch’ van Willem van Rennenberg”,  in: Periodiek Historische Kring Maarssen,  46e jaargang/1, p. 6.