
Hieronder ziet men de vertaalde tekst van een oorkonde uit 1257, die in 1326 opnieuw is gewaarmerkt door middel van een vidimus. Een vidimus is een middeleeuwse gewaarmerkte kopie van een oudere oorkonde (in dit geval van 1257), waarbij een bevoegde kerkelijke of wereldlijke autoriteit verklaarde ,het oorspronkelijke document te hebben ingezien en de inhoud daarvan te bevestigen. Hiermee werd de rechtsgeldigheid van de oorspronkelijke oorkonde opnieuw vastgelegd. [Utrechts Archief, Catalogusnummer 20797. Gezicht op de Bisschopswetering bij de boerderij De Uithof in de steeg in de Hoofddijk te De Bilt. Fotograaf: G.J.C.A. Smilda.]
In deze vidimus van de oorkonde van 1257 wordt het recht herbevestigd van de kloostergemeenschappen van Oostbroek, het mannenklooster Sint-Laurens bij Oostbroek en het Vrouwenklooster, en de mensen die binnen hun rechtsgebied woonden, om ongehinderd water door de Bisschopswetering te laten stromen. Het gaat om een permanent recht van vrije waterdoorlating door de landerijen van ridder Ludolf van Over de Vecht. Daarbij werd uitdrukkelijk bepaald dat Ludolf noch zijn erfgenamen of opvolgers deze watergang ooit mochten afsluiten of op enigerlei wijze mochten belemmeren. Het vastgelegde recht gold daarmee niet alleen voor Ludolf persoonlijk, maar bond ook zijn erfgenamen en opvolgers. De landerijen van Ludolf van Over de Vecht grensden aan de ene kant aan die van van de proost van Sint-Jan te Utrecht en aan de andere zijde aan het rechtsgebied van de abt van Sint-Laurens. Voor de originele akte en tekst klik HIER.
AD
Een vidimus betreffende de watergang in de Bisschopswetering (1257)
Hendrik, bij de gratie Gods bisschop van Utrecht, wenst allen die deze oorkonde zullen lezen eeuwig heil in de Heer.
Hij maakt bekend dat hij de kloostergemeenschappen van Sint-Laurens en van de Heilige Maagd Maria te Oostbroek [het mannen- en het vrouwenklooster] welwillend gezind is. Daarom verleent hij hierbij aan deze kloostergemeenschappen en aan de mensen die onder hun rechtsgebied vallen, met toestemming en instemming van ridder Ludolf van Over de Vecht, die deze toestemming uitdrukkelijk ten overstaan van de bisschop heeft verleend, zowel voor zichzelf als voor zijn erfgenamen en opvolgers, het recht om door de landerijen en het rechtsgebied van genoemde Ludolf een vrije watergang te hebben.
Deze watergang moet lopen via de waterloop die in het Nederlands de Bisschopswetering wordt genoemd. Het betreft de landerijen die aan de ene zijde grenzen aan het rechtsgebied van de genoemde abt van Sint-Laurens en aan de andere zijde aan het rechtsgebied van de proost van Sint-Jan te Utrecht. Noch Ludolf, noch zijn erfgenamen of opvolgers mogen deze watergang in de toekomst ooit afsluiten of op welke wijze dan ook belemmeren binnen de hiervoor aangegeven grenzen. Om ervoor te zorgen dat deze overeenkomst voor altijd wordt nageleefd, zowel door de bisschop en zijn opvolgers als door ridder Ludolf en zijn erfgenamen en opvolgers, is deze oorkonde bekrachtigd met het zegel van de bisschop en dat van ridder Ludolf.
De oorkonde is gegeven in het jaar des Heren 1257, op de vooravond van het feest van de apostelen Petrus en Paulus, 28 juni. [28 juni 1257 oude stijl, de vooravond van het feest van de apostelen Petrus en Paulus, dat op 29 juni wordt gevierd.]
Vidimus van Jacobus, bisschop van Zuden, en Hendrik, deken van de kerk van Sint-Jan te Utrecht, afgegeven op vrijdag na het feest van Allerheiligen in het jaar 1326. [7 november 1326 oude stijl, 15 november 1326 nieuwe stijl.]
Bron:
Codex Diplomaticus Neerlandicus. Verzameling van oorkonden, betrekkelijk de vaderlandsche geschiedenis, uitgegeven door het Historisch Genootschap, gevestigd te Utrecht, Tweede Serie, deel IV, tweede afdeeling (Utrecht 1857) pp. 21v.