Op 18 april 1886 publiceerde het Utrechtsch Nieuws- en Advertentieblaadje een gedicht over de Biltse Palmpaardenmarkt. Het geeft inzicht in de manier waarop het volksfeest verliep en hoe men daar tegenaan keek. Een paar opmerkingen:

Met “Biltsche” paardenmarkt is gewoonlijk de tijd…: In De Bilt werden in de jaren tachtig nog maar weinig paarden verhandeld, dus de aanhalingstekens wijzen erop dat het geen echte paardenmarkt was. Daarop wijst ook de regel ofschoon men er sints lang geen zaken meer doet. De weinige handel die er wel was, vond stiekem achter de huizen plaats, want het was zondag. De echte paardenmarkt was een dag later in Utrecht. Daarop wijst ook de slotregel: doen de trams de beste, de paarden de slechtste zaken. Afbeelding: de ‘echte’ Paardenmarkt in Utrecht, een tekening van O. Eerelman uit 1879.

De zin De lieflijke zachte zomer begroet slaat op het tijdstip van de markt: Palmzondag, de zondag voor Pasen, die plaatsvindt van midden maart tot midden april. Daarnaar verwijst ook de regel en jongens met ‘n palmpaasch in de hand,

De bezoekers kwamen vooral uit Utrecht. Met Het water om “het fort” bedoelt men de gracht bij Fort De Bilt, dat men moest passeren om in het dorp te komen. Daarop slaat ook de regel over de kanonnen: En op den breeden weg, de batterijen rondom.

 Hotel Nas en hotel Poll waren in die tijd de twee belangrijke hotels in de Dorpsstraat. De Gouden Ploeg was de naam van een Utrechts logement buiten de Wittevrouwenpoort. Hier bedoelt men echter waarschijnlijk de naam van het rijtuig waarin de leden van het Utrechtse studentendispuut Tres Faciunt Collegium op bezoek kwamen.

 

De Biltsche paardenmarkt

Met “Biltsche” paardenmarkt is gewoonlijk de tijd,

Dat men, van sneeuw en hagel bevrijd,

De lieflijke zachte zomer begroet;

De winter is dan reeds totaal bankroet,

Tenminste, hij is met zijn ijs en witte vlokken,

Naar meer noordelijker streken vertrokken.

De verstijvende koude westewind,

Raakt zachtjes met de zonne bevrind,

Zoodat deze niet meer zoo droevig huilt,

Of plasregend, nokkend en mopperend pruilt,

Langzaam ontluikende groenende knoppen

En zoetjes wuiven de dichte toppen,

Der boomen, die vrolijk over ‘t nieuwe leven,

Der wandelaars, verkwikkende schaduw geven.

Het water om “het fort” voor een poosje de grond,

Waarop de geschaatste voet zich bevond

Kabbelt weer rustloos, tegen ‘t lispelend riet,

Waartusschen het zilveren vorentje schiet.

En op den breeden weg, de batterijen rondom,

Verdringt zich een wandelende, lachende drom,

Van jonge, kranige heertjes die fleuren,

Van primula-veris-fatjes, die geuren,

Van deftige eerzame burgers van staat,

En dames, in hun fraaiste gewaad.

Van moeders, met de onmisbare provisiemand.

En jongens met ‘n palmpaasch in de hand,

Van vaders, die hun bengels met zich sleuren,

En nufjes, die over zomerhitte zeuren,

Ja, alles stroomt vrolijk naar ‘t dorpje “de Bilt”

Als rustplaats voor ieder des zomers gewild.

Men gaat naar den paardenmarkt, met grooten spoed,

Ofschoon men er sints lang geen zaken meer doet.

Op Kouwenhoven, onder ‘t genot van lichte muziek

Verwijlt voor een poosje, het vermoeide publiek,

Terwijl zij, die geen geld hebben om de consumptie te betalen,

Zich toch een plaatsje aan den ingang bepalen,

En verder bij Nas, of in Hotel Poll,

Gaan somtijds meer hoofden, dan paarden op hol,

Vooral wanneer “de Gouden Ploeg” arriveert,

Die nooit of te nimmer op een paardenmarkt mankeert,

Dan, nadat men den middag daar heeft vertoefd,

En de “Biltsche boerenjongens” heeft geproefd,

Keert alles, equipages en muzikanten incluis,

Vermoeid, maar vol leven, terug weer naar huis.

En ofschoon men zich kosteloos heeft kunnen vermaken,

Doen de trams de beste, de paarden de slechtste zaken.

 

DAB

 

Literatuur:

Heijden, J. van der, De Biltse paardenmarkt, in: De Biltse Grift december 1997.

Utrechtsch Nieuws- en Advertentieblaadje 18 april 1886.

De Biltse paardenmarkt, in: Maandblad Oud Utrecht 1959.

Zie ook op deze site: https://www.onlinemuseumdebilt.nl/de-biltse-palmpaardenmarkt/