De nachtmerrie: voor de mensen van vroeger was het veel meer dan een nare droom. In vrijwel alle dorpen bij De Bilt komt hij voor in de volksverhalen als een bron van angst. Het woord nachtmerrie komt van ‘mara’, wat geest betekent en heeft niets te maken met een vrouwelijk paard. Door de overeenkomst in klank legde men in de volksverhalen later een verband met paarden zodat de verhalen anders werden, zoals we op het schilderij hierboven kunnen zien. Het is De nachtmerrie van Johann Heinrich Füssli uit 1802

 

Meer informatie

‘Mijn ome Karel was ongetrouwd, hij was vrijgezel. Hij sliep bij ons thuis op de opkamer en dan werd hij in zijn slaap bezocht door de nachtmerrie. Elke nacht weer opnieuw en elke avond zette hij toch zijn pantoffels kruiselings voor zijn bed. Maar ’t hielp weinig, de nachtmerrie kwam er toch overheen en kroop bij hem op bed. Ome Karel hoorde hem naar de opkamer komen, maar hij kon er maar niet afkomen. Hij ging eens naar een pastoor toe en vroeg die om raad en toen scheen hij er iets op gevonden te hebben. De nachtmerrie bleef tenminste weg en hij is nooit meer teruggekomen.’

Aan het woord is Johanna Herdeveld, die in 1891 in De Bilt werd geboren. Ze was Nederlands-hervormd, maar haar oom bezocht een katholieke pastoor. Het is opvallend dat Johanna de nachtmerrie als ‘hij’ bestempelt, want volgens de meeste mensen was het niet een man of een ding maar een vrouw.

Jacobus Wouters (1876) uit Bilthoven zegt dat duidelijk: ‘Het was een vrouw. Een vrouw was het, die bij je bed kwam en die zette de hele boel bij je stil. Dan kwam ze bij je in bed en dan kreeg je het benauwd. Niks kon je ertegen doen. Nachtmerries waren altijd vrouwen. Ze kropen ook op de paarden. Die stonden te zweten op de stal. Meestal haalden ze er een oude schaapherder bij en die streek ze over de rug. Die vrouwen, die nachtmerries, konden daar niet tegen.’

Paarden

De nachtmerries zochten de paarden op om ze ‘af te rijden’. Steven Evertse (1882 Groenekan) vertelde: ‘Vroeger kregen de paarden de nachtmerrie. Het gebeurde wel in de stal, maar ook wel buiten in de weide. Je kon het ’s morgens vooral goed zien als de nachtmerrie er weer opgezeten had. Dan zat het haar zo gekwatteld, zo door mekaar, en daaraan kon je het goed zien en dan zeiden ze: “De nachtmerrie is er weer geweest.” Er was niks tegen te doen, dat weet ik wel.’

Albert Kooy uit Maartensdijk zei dat je de staart en de manen met geen hooivork uit elkaar kon krijgen. Herman Lieftink uit Maartensdijk vertelde dat je de manen van het paard met een puntige spijker los moest trekken. In Achttienhoven noemden ze de nachtmerrie ‘het ijzeren veulen’:  ‘Het kwam over de polder zweven en ze zagen het door het land draven.’

Ze zaten ook graag bij mensen in het haar. ‘Als je een kale kop had, dan heb je er geen last van,’ zei Piet van Barneveld uit Achttienhoven.

Remedies

Wanneer je niet wilde dat de nachtmerrie in de nacht bij je op bezoek kwam, waren er verschillende remedies. Jan Vlug uit Westbroek: ‘Maar je had er hier, die legden kruiden onder het kussen en dan kwam ze niet. Die kruiden zochten oude vrouwen uit de buurt. Het moet goed geholpen hebben, voor zover ik het weet.’ In Bilthoven vertelde Albert Pastunink: ‘Je kon er wel wat voor doen, dan moest je je kousen kruiselings voor het bed leggen. Dat hielp en daar kon de nachtmerrie niet tegen. Aan een kruis hebben ze een hekel.’ Blijkbaar speelde het ook geloof een rol in het bestrijden van de nachtmerrie.  ‘Met veel te bidden hebben ze het weg gekregen’ vertelde Gerridina van Ek uit De Bilt, ‘maar het heeft lang geduurd, dat wel.’

In de wijdere omgeving van De Bilt vertelde men vergelijkbare verhalen. De nachtmerrie kwam door de lucht aanvliegen in een zeef of een schuitje of een mand. Zij kon overal naar binnen komen, als je het niet verhinderde. Ze reed de paarden af, ze kwam op het bed zitten en plaagde de mensen in hun slaap en ze voorspelde soms wat er zou gebeuren.

Een nachtmerrie is tegenwoordig alleen maar een onaangename droom, die verschillende oorzaken kan hebben: een ziekte met een hoge koorts bijvoorbeeld of te veel eten of alcoholhoudende drank. Ook stress en psychische problemen kunnen de oorzaak zijn. Vroeger hadden de mensen weinig wetenschappelijke en rationele verklaringen en zochten ze de oorzaak in bovennatuurlijke verschijnselen. Voor onze voorouders was de nachtmerrie een boze geest.

Zo krijgen we een kijkje in het volksgeloof aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw weer, waarin het geloof, maar ook het bijgeloof een rol speelden en waar bovennatuurlijke krachten en vooral angst het leven kleurden.

DAB

 

Literatuur:

Heupers, E. (ed.), Volksverhalen uit Gooi- en Eemland en van de westelijke Veluwe, 3 dln., Amsterdam 1981 en 1984 nr.472, 1024, 1309, 1311, 1334, 1437, 1473, 1890, 1963, 2974, 3391.

Doniger, W., Winged stallions and wicked mares, Charlottesville and London 2021.

Lee-Chiong, T., Sleep, A Comprehensive Handbook, Hoboken 2006.

Winkelman, J.W., Parasomnias, in: D.J.Buysse, Sleep disorders and psychiatry, Washington – London 2005.

Spring naar toolbar