In 1795 werden in Maartensdijk en omgeving verklaringen opgetekend van inwoners die schade hadden geleden tijdens de Pruisische inval van 1787, een gevolg van de strijd tussen prinsgezinden en patriotten in de jaren 1780. Het gaat om lijsten en getuigenissen waarin verliezen aan geld, goederen en voedsel werden vastgelegd. [‘In ’t jaar 1787. Gevechten tussen patriotten en Pruisische troepen’. Anoniem. Rijksmuseum Amsterdam.]

Meer informatie

Zo verklaarde de weduwe van Splinter Spelt uit Oostveen dat dat er door de Pruisische plunderaars in 1787 geld, goud en zilver ter waarde van 40 gulden was meegenomen. Ook andere Maartensdijkers werden getroffen. Zoals Pieter van Spellen, Jan van Zytveld en P. Diepgrondt.  Voor hun originele claims klikke men aan: Maartensdijkers lijden onder de Pruisische inval:1787. Klik voor meer informatie daarover deze link aan. Stukken als deze laten zien dat de inval niet alleen materiële schade veroorzaakte, maar ook diep ingreep in het dagelijks leven van Maartensdijk en omgeving.

AD

Bron:

Verzameling van alle memorien van geleedene schaaden, hetzij door plundering, confiscatie &c., bij de rampzalige omwenteling van 1787, alsmede van de beboetens door een aantal burgers en ingezetenen van de stad en provincie Utrecht ter Landschapshuis ingeleverd. Vierde stuk. ‘Utrecht, J. van der Schroeff, G.Z., boekverkoper op de Oude Gracht bij de Gaarnbrug’ (1795).