De vrijwel vergeten schrijfster Lite (Frauck Juliana Geertruyd Wilhelmina Constantia) Engelberts (1880-1929) behoorde tot een generatie auteurs die historische feiten en familiegeschiedenissen verwerkten tot literaire verhalen. In haar roman Mietje van der Dussen (1918) logeert de hoofdpersoon, die echt bestaan heeft, op het landhuis Vollenhoven. Ze was de dochter van dijkgraaf Jan Lucas van der Dussen uit Amsterdam. Frieda Heijkoop bracht het fragment aan het licht. Hierboven: de wapen van de familie Van der Dussen

 

 

Meer informatie

Een van Engelberts’ bekendste romans is Mietje van der Dussen, verschenen in 1918. Het verhaal draait om Maria (“Mietje”) van der Dussen, afkomstig uit een vooraanstaande Amsterdamse familie.

Voor inwoners van De Bilt is vooral het hoofdstuk over Vollenhoven interessant. In de zomer van 1793 reist Mietje vanuit Amsterdam naar deze buitenplaats, waar zij logeert bij Gerard Munter en zijn vrouw Sara Petronella Graswinckel. Munter had Vollenhoven kort daarvoor gekocht en was bezig het landgoed te vernieuwen. Engelberts beschrijft de bewoners, het huis en de omgeving met opvallend veel historische nauwkeurigheid. Onderzoek heeft uitgewezen dat namen, eigendomsverhoudingen en topografische gegevens grotendeels overeenkomen met de werkelijkheid. Waarschijnlijk baseerde de schrijfster zich op oude brieven en archiefstukken, al zijn deze bronnen tegenwoordig niet meer terug te vinden. Zelf bezocht zij Vollenhoven om onderzoek te doen in het huisarchief.

Na weer thuis te zijn geweest ging Mietje in Juni naar Vollenhoven bij Utrecht; naar de familie Munter, oom en tante van de veelbesproken jonge Mevrouw Boreel. Dat was eenzelfde reis per Roef, de heele Vecht langs, zonnig, boomen, bloemen, huizen, theekoepeltjes, aanlegplaatsjes, nastarende vrouwen, die wasschen spoelden, koeien met groote oogen, herkauwend in het gras, acht uren lang! en als men zijn oogen sloot van moeheid, dan nog gleden boomen, bloemen, huizen voorbij in tergende helderheid; en in Utrecht was de karos van Mijnheer Munter, en na drie kwartier rijdens door den zandweg, was men aangekomen op Vollenhoven. Het was er landelijker dan in Holland.

Vollenhoven was toen nog een eenvoudig buiten, de wegen waren zandwegen en stoffig, en het hout was er veel en zwaar; Mietje in haar mousseline witte japonnetje, dwaalde er vergenoegd in de tuinen rond: het was er stil op Vollenhoven, want  mevrouw Munter was weinig wel, en kwam soms in ‘t geheel niet beneden; “cependant sur le tout je m’amuse assez bien [ in het algemeen amuseer ik me uitstekend ] , en het zoude al heel erg moeten loopen als ik mij verveelde!”

Itje en Jetje zagen nu ook weinig menschen in het leeggeloopen Amsterdam, “mais ce n’est rien pour vous de ne voir personne, parce que vous savez vous amuser. Avec de la raison et de la gayeté on est content partout,” [ het is niet erg dat jullie niemand ontmoeten, want jullie weten je te amuseren. Met rede en vrolijkheid is men overal tevreden, ] babbelde Mietje voort in haar brieven aan haar zusters.

Het was alleen maar heel vervelend, dat zij haar zang niet kon instudeeren, want zij wilde niet de zieke Mevrouw Munter storen; en haar kamenier, Snijder, die haar de Duitsche stukjes zou voorzingen, omdat zij de melodieën ervan kende, kon zij nu ook niet toestaan haar stem te verheffen, en Mietje, onder de hooge boomen, neuriede zacht ‘der junge Eheman,’ om die wijs in ieder geval te kennen als zij thuiskwam, mooi uitzingen, hoog en jubelend, kon natuurlijk ook niet, dat stond niet buiten; daarvoor was het Utrechtsche nog te geciviliseerd. Als de de Smeths op Beerschoten of misschien de Westreenens van Houdringe in de buurt wandelden, zou men haar kunnen hooren, en dat zou heel ongepast aandacht trekken zijn, en vooral op Houdringe was zoveel luxe en zooveel ‘bon ton’. En zij verdiepte zich maar in haar Engelsch boek, dat haar zeer boeide, en dacht maar niet te veel aan haar harp, waarop zij zoo graag die Sonate zou spelen.”

DAB

 

Literatuur:

L.E. (Lite Engelberts), Mietje van der Dussen, Utrecht, 1918 pp. 27 – 29.

Heijkoop, F., Mietje van der Dussen logeert op Vollenhoven in 1793, in: De Biltse Grift december 2011.

Zie ook op de website van de familie Van der Dussen: MIETJE van der Dussen – Van der Dussen