In augustus 1913 herdacht men de bevrijding van ons land van de Franse bezetting honderd jaar eerder. Dat was opvallend want de bezetters dachten in augustus 1813 nog niet aan vertrekken. Het feest werd een groot succes. Foto: Bij de Dorpskerk werd een oud-Hollandse poort met een toren gebouwd (Prentbriefkaart RHC Vecht en Venen).

 

Meer informatie

Nadat Napoleon op 4 oktober 1813 was verslagen in de Volkerenslag bij Leipzig, vertrokken de Franse troepen in november uit ons land. Het driemanschap Van Hogendorp, Van der Duyn van Maasdam en Van Limburg Stirum vormde een voorlopig bestuur en nodigde prins Willem Frederik van Oranje uit om soeverein vorst te worden. Er is in De Bilt een Van Limburg Stirumweg, een Van Hogendorpweg en een van der Duyn van Maasdamweg om dat te herdenken en niet ver daarvandaan loopt ook de Laan 1813.

Honderd jaar later was het nationalisme nog zo sterk dat men in alle steden en dorpen de bevrijding van het Franse juk wilde vieren. Sinds de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 had ook De Bilt een Oranjevereniging, die samen met het gemeentebestuur een belangrijke rol zou spelen bij de viering van de bevrijding. De inwoners spaarden maanden voor het feest. ‘Als curiositeit deelen we nog mede dat in een der straten een oud arm vrouwtje als bijdrage voor de versiering slechts 5 cents had gegeven, alles wat ze missen kon,’ schreef De Nederlander.

Men koos in De Bilt voor 27 en 28 augustus, hoewel Napoleon op die data in 1813 nog niet verslagen was, laat staan dat Nederland bevrijd was. Het barre weer dat men in november kon verwachten, nodigde waarschijnlijk niet erg uit tot volksfeesten.

De Bilt bestond voor een groot deel uit de Dorpsstraat en daar bouwde men dan ook drie grote erepoorten. Voor hotel Poll kwam een hoge vrijheidsboom te staan met oranje lampjes. Bij het gemeentehuis aan de dorpsstraat legde men een oranjeperkje aan met een vijvertje met oranje goudvissen. Inwoners versiereden hun buurten.

In de ochtend van woensdag 27 augustus klonken kanonschoten, waarna het fanfarekorps door het dorp trok. Muzikanten en draaiorgels musiceerden en draaiden. Op het feestterrein stonden poffertjeskramen, een schiettent, een werptent en een stoomdraaimolen, wat in De Bilt nog niet vertoond was. En natuurlijk waren er overal kraampjes en tenten met drinken en eten. De limonade kostte één cent, het bier drie. Die middag waren er ook ‘volksspelen’ met activiteiten zoals mastklimmen, sprietlopen, tonsteken en turfrapen. Uit de wijde omgeving kwamen duizenden bezoekers op de festiviteiten af.

De avond was overweldigend door de feestverlichting: in de Dorpsstraat slingerde een lijn van elektrische lichtjes langs deuren en raamkozijnen. Dat was iets bijzonders, want het elektriciteitsnet was in De Bilt pas vanaf 1906 aangelegd. Het Kloosterpark was versierd met lampions en waxinelichtjes. Aan het einde van de avond kwamen de bezoekers uit Utrecht en Zeist echter voor een onaangename verrassing te staan. Er liepen ’s avonds minder trams dan overdag en om elf uur hield de dienstregeling op. Veel feestvierders moesten te voet naar Zeist of Utrecht terug.

Het hoogtepunt van de donderdag was een optocht met praalwagens die ieder een historisch thema lieten zien, zoals ‘Gezag, vrijheid en vrede’. De wagens werden afgewisseld met groepen inwoners die historisch verkleed waren, zoals de groep ‘Napoleon en de Kozakken’. Deze avond had de trammaatschappij Centraalspoor gelukkig wel extra wagens ingezet.

Het feest in De Bilt viel op doordat het grootser was opgezet dan in de omringende dorpen en doordat het uitbundiger was. Het was dan ook niet, zoals het feest in Zeist, beperkt tot degenen die entree betaalden –  het was bedoeld voor iedereen zodat mensen van alle standen en klassen eraan meededen.

DAB

 

Literatuur:

J.I.M. Cladder-Stinkens, Het bevrijdingsfeest van 1913 in De Bilt, hoe een klein dorp groot kan zijn, in: De Biltse Grift april 1995.

De Nederlander, 29 – 08 – 1913.