Na de Tweede Wereldoorlog waren er verschillende ontwikkelingen die invloed hadden op de bouw, de uitbreiding en de sluiting van kerken.

Bevolkingsgroei

De bevolking nam toe. Er was een natuurlijke bevolkingsaanwas door de welvaart en de betere gezondheidszorg. Daarnaast verhuisden veel stedelingen, vooral uit de middenklasse en de welgestelde lagen van de bevolking, naar de randgemeenten. Dat was vooral te merken in Bilthoven en De Bilt, waar het KNMI, het RIVM, de Utrechtse universiteit en de groei van kleine industrieën veel mensen aantrokken.

In de gemeente Maartensdijk had de bouw van Tuindorp, dat grensde aan Utrecht, al eerder geleid tot toename van het aantal inwoners. Ten gevolge hiervan groeide in de meeste dorpen die nu De Bilt vormen, de behoefte aan nieuwe en grotere kerken.

Afsplitsingen

Levendige discussies binnen de kerkgenootschappen leidden tot scherpe conflicten omdat de ontevredenen de leer in eigen kerk te behoudend of juist te progressief vonden. Vaak splitsten groepen zich af en ontwikkelden zij de behoefte aan een eigen kerkgebouw. Diverse nieuwe stromingen konden aanvankelijk alleen onderdak vinden in een wijkgebouw of in een school zoals de Boskapel in Groenekan. Anderen konden tegen een financiële vergoeding hun diensten onderbrengen in de kerk van een andere stroming. In de jaren vijftig en zestig wisten diverse kerkgenootschappen hun eigen nieuwe kerk te realiseren.

Afsplitsingen waren kenmerkend voor de protestantse kerken maar niet voor de rooms-katholieke kerk. De bevolkingsgroei leidde in die kringen tot de bouw van de St Laurenskerk in Bilthoven, en de St. Maartenskerk in Maartensdijk en een nieuwe St. Michaëlkerk in De Bilt.

Bouw

De magere jaren na de oorlog waren de tijd van wederopbouw. Hoewel de welvaart toenam, was het geld vooral nodig voor het bestrijden van de woningnood, die toen volksvijand nummer één werd genoemd. Men bouwde wel nieuwe kerken, maar dat gebeurde in een sobere, zakelijke stijl. Kenmerkend voor deze kerken waren de grote ruimten met kleine ramen, rechte lijnen en weinig ornamenten. Vaak zag je betonnen muren. Er was zelden geld voor de bouw van een toren; meestal plaatste men een klokkenstoel naast de kerk zoals bij de St. Laurenskerk en de Morgensterkerk in Bilthoven en de St Maartenskerk en de Onmoetingskerk in Maartensdijk. Soms was er een klein torentje op het dak zoals bij de Noorderkerk. Bij de inrichting koos men vaak voor enkele grote, sterk gestileerde symbolen.

Krimp en samenwerking

De trek van jongeren naar de grote steden en de instroom van mensen uit de grote stad met een meer wereldse belangstelling veranderden de dorpsgemeenschappen en verzwakten de positie van de kerken. Onderwijs en radio en televisie droegen bij aan de afname van het kerkbezoek. Het aantal kerkleden daalde iets later. Deze ontkerkelijking, die al zichtbaar was in de ‘moderne’ jaren zestig, ging na 1990 heel snel. Ook de vergrijzing speelde een rol; veel jongeren voelden meer afstand ten opzichte van de kerk. De staatssteun, die enkele kerkgenootschappen traditioneel hadden gekregen, werd in 1983 beëindigd. De samenloop van deze ontwikkelingen bracht de kerken in ernstige financiële problemen.

Dit dwong de rooms-katholieke kerk tot reorganisatie en de protestantse kerkgemeenschappen tot samenwerking. Het leidde ook tot beperking van het aantal kerkgebouwen en tot onvermijdelijke sluitingen. Zelfs kerken die na de oorlog waren gebouwd, moesten weer sluiten, zoals de Noorderkerk en Morgensterkerk en de Sint Laurenskerk.

Kerkgenootschappen spraken af dat zij elkaars gebouwen mochten gebruiken en betaalden daar ook voor. De oecumenische beweging, die in de jaren zestig was ingezet, leidde al eerder tot het houden van gemeenschappelijke diensten. Sinds 1961 probeerden de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in Nederland wat nauwer samen te werken en dit leidde tot de vorming van Samen op Weg-kerken. Dat mondde in 2004 uit in de vorming van de PKN, de Protestantse Kerk in Nederland. Diverse grote kerkgemeenschappen in de dorpen van De Bilt sloten zich daar iets later bij aan, maar andere kerken bleven zelfstandig bestaan. Er zijn nog minstens twintig afzonderlijke kerkgenootschappen in Nederland.

DAB

U bevindt u op de Rondleiding Kerkgebouwen. Voor het vervolg klik HIER