Afgebeeld is een schilderij van Willem van Oranje dat is gemaakt door Lieven de Key uit 1579 (Rijksmuseum). Dit portret werd door de Commissie voor de viering van het vierde eeuwfeest der geboorte van Prins Willem van Oranje breed verspreid. Het werd gedrukt door Uitgevers Compagnie De Branding in De Bilt in 1933. In de jaren 1562 tot  en met 1566,  voordat de Prins zich aan het hoofd van de Opstand zou plaatsen, heeft hij als stadhouder van Holland en Utrecht zich meer dan eens bezig gehouden met Biltse zaken.

 

Meer informatie

Zo bemoeide de prins zich met de benoeming van de abt van Oostbroek, Christoffel Roest. Het overgrote deel van de correspondentie van de Prins is in het Frans gesteld en gaat over bestuurlijke zaken zonder dat de omgeving van de ‘gewone man’ in beeld komt. Dat is anders in één brief die hieronder volledig wordt afgebeeld met een afschrift en een vertaling.  Hij gaat over het illegale kappen van bomen in de omgeving van de abdij van Oostbroek. Er wordt gedreigd met hoge geldboetes en zelfs met lijfstraffen tegen de daders.

De vertaalde tekst luidt:

Betreffende het klooster Oostbroek en het Vrouwenklooster

[Van] de Prins van Oranje, Graaf van Nassau en Stadhouder, president en raadsheer des konings  van het Hof van Utrecht

[Aan] de eerste deurwaarder of hiermee te belasten pander [ = deurwaarder] van dit hof

Saluut.

Aangezien de Eerwaardige Heer Abt en de kloostergemeenschap van Oostbroek alsmede de Vrouwe Abdis en de kloostergemeenschap van het Vrouwenklooster en andere onderdanen van het land Utrecht ons in een officieel verzoek hebben meegedeeld:

dat zij langs de wegen en paden van hun kloosters diverse eiken, essen, populieren, wilgen en andere bomen hebben geplant;

dat zij nog veel meer bomen willen planten voor het nut van het land als geheel, op voorwaarde dat zij verlost zullen worden van langstrekkende lieden en anderen, leeglopers en bedelaars, die deze pas geplante bomen, klein en groot, niet alleen ’s avonds en ’s nachts maar ook bij vol daglicht, massaal omkappen en [het hout van] deze bomen afvoeren naar verschillende plaatsen binnen Utrecht en naar elders, naar de aanpalende dorpen brengen en

dat dit ernstige schade en nadeel voor de algemene welstand van dit land met zich meebrengt en

dat deze  alleen maar toe nemen tenzij hiertegen maatregelen genomen worden.

Derhalve hebben wij goede nota genomen van deze dingen en geven wij uitdrukkelijk opdracht dat U als eerste deurwaarder, het volgende, na voorafgaande aankondiging door middel van het luiden van de klok, officieel in ’s Konings naam bekend maakt in de stad en land van Utrecht en overal waar het nodig is:

dat het ieder verboden is om af of om te hakken en weg te brengen zonder voorafgaande aangetoonde, schriftelijk vastgelegde rooitoestemming en goedkeuring van de grondeigenaar,  iedere eik, es, populier, wilg  of andere boom en iedere plant of heester, die staan en groeien op de grond van de klagers of op de grond van die anderen (dit geldt voor iedereen, ongeacht zijn positie, hoedanigheid of toestand);

dat iedereen die smadelijk betrapt wordt [zonder vergunning] voor iedere overtreding en voor elke aangeplante boom, plant of heester telkens bestraft wordt met [een boete van] twee Carolusguldens [ = bijna drie gram goud of 23 gram zilver in waarde per gulden]

dat deze straf geldt voor iedereen van wie wordt vastgesteld  dat hij in strijd met dit verbod gehandeld heeft, ongeacht of hij daadwerkelijk betrapt wordt dan wel of er getuigen zijn [die de overtreding hebben vastgesteld], en

dat, als wordt geconstateerd, dat iemand tweemaal of meer in overtreding is geweest, door de rechter boven op de genoemde geldelijke boete nog een [extra] straf zal worden opgelegd;

dat deze boeten voor de helft zullen toevallen aan de eigenaar van deze bomen en voor de andere helft aan de ambtenaar die de boete int / het vonnis uitvoert, zonder dat het deze ambtenaar vrijstaat extra betaling te vragen voor zijn moeite.

Ter officiële bevestiging hebben wij het gerechtszegel van het genoemde Hof in de vorm van een plakkaat hier op doen drukken. Aldus gedaan te Utrecht op de 20e februari 1562.

 

In het origineel leest men:

 

beroerende Tconvent van Oostbroeck  ende Vrouwe clooster

 

Die prince van Orangien, Grave van Nassouwen ende Stadhouder President ende Raeden Sconyncx [des konings]  inden Hove van Utrecht

 

Den eersten deurwaerder ofte pander inden selve hove heyrop versocht [hiermee belast?]  Saluyt.

 

Alsoo die eerweerdige heere abdt ende Convente van Oostbroeck, vrouw abdisse ende gemeen [de gemeenschap van het] convente van Vrouwen clooster ende andere ondersaten [onderdanen] slandts van Utrecht ons by Requeste [officieel verzoek] te kennen gegeven hebben, hoe dat zylieden gepoot ende doorsteken [geplant] hebben voor ende omme heurluyden Convente wegen ende stegen diversche eycken essen pappelen [populieren] willigen ende andere boomen ende noch veel meer poten ende steken souden tot orboir prouffeyt [ten behoeve en voordeel] ende welvaert vanden gemenen landen zoo verre zyluyden mochten bevryt zyn vanden gaende ende commende man ende anderen ledichgangers ende bedelaers die de selfde gepoete ende gesteken boomen cleyn ende groot met groote menichte by avonde by nachte ende oick by schonen licht en dage [op klaarlichte dag] omme houden [omhouwen] ende tot diverschen plaetsen binnen Utrecht ende elders inden dorpen hemluyden naest geseten [de aanpalende dorpen] breyngen [brengen] totter  supplianten [klagers, verzoekers] groeten scade ende achterdele [nadeel] van den gemeenen [algemeen] welvaeren van desen lande ende noch meer sonde ten waere [tenzij] hyer inne [hiertegen] voersien [maatregelen genomen] werde,

Soo eyst [is het] dat wy de saecken voor[seyt] overgemerckt ende  gecommitteertt hebben ende committeren by desen [uitdrukkelijk opdragen] by voorgaende clockludynge [klokluiden] binnen der stadt steden ende landen van Utrecht ende alomme daert van noede [nodig] wesen sal ende ghy [de eerste deurwaerder] daer toe versocht sult wesen openbaerlyck van Co[ninklijke] Ma[ejsteits] wegen te verbieden eenen yegelick van wat sate [positie] qualiteyt ofte conditie [ongeacht zijn herkomst, hoedanigheid of toestand] hy zy enige eycken esschen, pappelen [populieren], willigen ofte andere poten plantsoenen [planten] ofte heesters staende ende wasschende opden supplianten [klagers] ofte anders [andere] landen aff te souden breecken uyt te

royen [omhakken, rooien] ofte ewech [weg] te breyngen zonder voorgaende blyckende rooy oorloff [rooitoestemming] ende consent vanden grontheer ofte eygenaer vande daervan  zy gehouden sullen wesen metter daet schriftelyck bewys te leveren als zij gecalongeert [? wrsch. smadelijk betrapt worden] sullen werden op peyne van [op straffe van] te verbueren telcke reyse ende voor elcke pote plantsoen ofte heester twee Carolus gulden [= bijna 3 gram goud of 23 gram zilver per gulden] by dengenen die bevonden sullen werden contrarie van desen gedaen te hebben [in strijd hiermee gehandeld te hebben] tsy dat zy opt feyt bevonden werden [ongeacht of men betrapt wordt]  off dat men hem sulcx over tuygen can [of als er (een) getuige(n) is/zijn] Ende soe verre bevonden mochten werden  yemandt sulcx tot twee oft meer maelen gedaen te hebben, op peyne [straffe] van arbitrale correctie [een vonnis door de rechter] boven die pecunuele [geldelijke] boete voors[eyt] Als welcke boeten ende bruycken [boetes] geemployeert sullen werden [toe zullen vallen], den helft tot prouffyt  van [aan/ten gunste van] den eygenaer der voors[eyde] poten ofte boemen [bomen] ende dander [de andere] helft tot prouffeyt van den officier die dexecutie doen sal [die de boete int/het vonnis uitvoert], zonder dat de voorn[oemde] officier geoorloft sal wezen [toestemming heeft], den oversaede van desen In compositu tontvangen [zonder dat de officier extra betaling te vragen voor zijn moeite] des toirconde [ter officiële bevestiging] hebben wy tsegel van Iustitie van den voors[eyde] hove by forme van placcate hyer op doen drucken Aldus gedaen Tutrecht den 20en february 1562.

 

Het afgebeelde originele stuk is te vinden in het Utrechts Ar4chief. Hof van Holland 19-1, f. 333r-v. Zie ook: http://resources.huygens.knaw.nl/wvo/app/brief?nr=11636

 

(AD)

 

Literatuur:  Anne Doedens, Willem de Zwijger en De Bilt: hoge bemoeienis met Biltse zaken, in: De Biltse Grift, 15e jaargang nr.  (december 2006) 98-103.