De Frans-Duitse oorlog maakte militairen bewust van het gevaar dat Duitsland ook voor Nederland vormde, eerder is uitgelegd. Er werden zelfs snel scenario’s verzonnen voor het geval van een Duitse aanval. Voor de concentratie van verdedigende troepen speelde De Bilt, waar ook een paar belangrijke forten lagen, een hoofdrol. Op de foto is een bezoek van koning Willem III en Prins Alexander aan fort Rijnauwen in 1870 te zien, toen het nog in aanbouw was. (Utrechts Archief, beeldbank nr. 30101.)

 

Meer informatie

De Stelling van Utrecht was door de bouw van forten essentieel voor de verdediging van het land. De Bilt lag daarin centraal. In 1869 was er een grote oefening bij De Bilt geweest. Luitenant Kraijenhoff werd mogelijk negen jaar later geïnspireerd door deze oefening toen hij een simulatie bedacht, waarbij hij uitging van het uitbreken van een Nederlands-Duitse oorlog in 1877. Merkwaardig genoeg stelde hij de Duitsers gelijk aan de Pruisen. De luitenant schreef:

De toon die […] in de Duitsche bladen, tegen de Nederlandsche natie werd aangeslagen, was zeer geschikt de ongerustheid hier te lande te doen toenemen, en sloeg in de Duitsche officieele en half officieele organen, in den morgen van den 4den Aug. 1877, over in bedreigingen, die in zulke bewoordingen waren vervat, dat ernstige ongerustheid geheel gebillijkt was. […] [Op 5 augustus stelden de Duitsers een ultimatum met zware eisen, die] van dien aard waren, dat toegeven onmogelijk was, werd na herhaalde doch vruchtelooze pogingen tot het verkrijgen van eenig langer uitstel, op den 6den Aug. ten 12 ure n.m. door den Pruisischen gezant, de oorlogsverklaring overgegeven, waarop deze onmiddellijk ‘ s Gravenhage verliet. Onze gezant ontving daarop last, met het geheele personeel der ambassade, onverwijld uit Berlijn af te reizen.’

Op 11 augustus 1877, in Kraijenhoffs simulatie, besloten de Duitsers bij Zwolle en De Bilt aan te vallen. Er zouden bij Zwolle ruim 7.300 man worden samengetrokken. Kraijenhoff redeneerde verder:

Ware de toestand van de Nieuwe-Hollandsche-waterlinie zoodanig geweest, dat tijd ten koste van groote opofferingen had moeten gewonnen worden, dan zou het aanbieden van een slag oostwaarts der linie, gebiedend noodzakelijk zijn geweest, nu echter, nu de Nieuwe-Hollandsche-waterlinie den schok des vijands kon weêrstaan, was onze zwakke macht te kostbaar, om die ver van hare basis, aan een mogelijken ondergang bloot te stellen. Men besloot daarom het concentratiepunt voor de 1º en 3º D[ivisie] I[nfanterie] en voor de Res[erve] Brig[ad]e, naar de Bilt te verleggen.

Door namelijk bij de Bilt, de 1e en 3e Div[isie] en de Res[erve]Brig[ad]e te vereenigen, zou men daar geconcentreerd hebben, 20 bataljons 20 x 815 16300 man Infanterie, zoo noodig versterkt door de troepen die de vaste bezetting der positie van Utrecht uitmaakten, (natuurlijk niet de bezettingen der forten om Utrecht) zijnde het 2 en 3 bataljon 4eR[egiment] I[nfanterie] en 1000 man dd[der] Schutterij, waardoor men bij de Bilt kon vereenigen: 18930 man Inf[anterie] […] 54 vuurmonden en 11 of 12 esk[adrons] Cavalerie, eene troepenmacht, die in de positie van Utrecht en zoo noodig in die van Naarden, met kracht kon handelen.’

Over de bezetting van de forten van De Bilt – in vredestijd meestal slechts een fortwachter, soms bij oefeningen enkele honderden militairen – sprak Kraijenhoff niet.

De hieronder afgebeelde kaart uit Kraijenhoffs boekje laat de gedachte centrale positie van De Bilt duidelijk zien.

AD

U bevindt u op de Rondleiding over de Hollandse Waterlinie. Voor het vervolg klik HIER.

 

Bron: A.R. Kraijenhoff van Leur, 1e luitenant der infanterie, Nederland bij een oorlog tegen Pruisen in 1877 (Den Haag 1877).