
Op 10 januari 1944 overviel de LO-KP afdeling De Bilt de Oranje Nassauschool om bonkaarten en persoonsbewijzen in beslag te nemen. Tekening: Jack Dijksterhuis, leider van de LO-KP afdeling De Bilt, gemaakt naar de foto in het boek van J.C. Brugman.
In de donkere jaren van de bezetting groeide er in Nederland een netwerk dat voor velen een reddingslijn zou worden: de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers, kortweg LO. Later sloot dit netwerk zich aan bij de Knokploegen, waardoor de LO-KP ontstond. Tienduizenden mannen, die eigenlijk verplicht waren om in Duitsland te werken, doken onder. Hun gezinnen bleven zonder inkomen en zonder de broodnodige distributiebonnen. De LO zorgde ervoor dat zij konden overleven, maar daarvoor waren bonnen en papieren nodig – en die waren alleen te verkrijgen door ze te stelen uit gemeentehuizen en distributiekantoren.
De voorbereiding
In de regio rond De Bilt speelde Jack Dijksterhuis een belangrijke rol. Hij wist een kring van betrouwbare mensen om zich heen te verzamelen. Een van de meest gedurfde acties vond plaats op 10 januari 1944: de overval op het bevolkingsregister dat tijdelijk was ondergebracht in de Oranje-Nassauschool aan de Overboschlaan. Juist daar lag een schat aan informatie en blanco documenten – een goudmijn voor het verzet.
Die middag kwamen de leden van KP De Bilt bijeen in het huis van de familie Alberts in de Torenstraat. Rein van der Haar, onder zijn schuilnaam ‘KP Frits’, had het plan tot in detail voorbereid. Samen met Jan de Groot, Dirk van Harten, Bauer – beter bekend als ‘Kleine Kees’ – en enkele anderen stond hij klaar om toe te slaan.
Hun voorbereiding was grondig. Eerder die week hadden ze een afdruk weten te maken van de sleutel van de achterdeur van de school. Met die kopie konden ze ongezien binnenkomen. Maar er was meer nodig: de sleutels van de kluizen en kasten waarin de registers lagen. Die werden elke avond mee naar huis genomen door Van Tellingen, hoofd van de afdeling Bevolking.
Op de avond van 10 januari reden vier mannen in een lichtgrijze DKW naar zijn woning aan de Brandenburgerweg. Gewapend met pistolen eisten ze de sleutelbossen. Van Tellingen, overrompeld, gaf ze af. Zijn handen werden vastgebonden met een simpel stukje touw. Net op dat moment verscheen een kennis van de familie, mevrouw Verheul. Zij werd ongewild onderdeel van het toneelstuk: samen met Van Tellingen, zijn vrouw en een logerende tante werd ze in de kelder opgesloten.
De actie
Met de valse sleutel betraden de mannen de school, forceerden de deuren naar de kluis en laadden zakken vol papieren in de wachtende auto. De buit was aanzienlijk: het bevolkingsregister van A tot Stevels, honderden persoonsbewijzen, zegels en blanco kaarten. Alles werd direct naar een centraal adres gebracht, waar de verzetsorganisaties hun aanvragen konden indienen.
De nasleep
Het was een hachelijke onderneming. Slechts enkele huizen verder waren Duitse soldaten gelegerd. Sommigen zagen waarschijnlijk hoe er zakken werden ingeladen, maar ze grepen niet in. De politie ondervroeg later alle betrokkenen bij het huis van Van Tellingen. Niemand kon een bruikbaar signalement geven – de spanning had zogenaamd hun geheugen uitgewist.
Een klein detail geeft nog een glimp van die avond: de dochter van de familie Alberts wandelde met haar verloofde door de Dorpsstraat. Ze zagen hoe de politie opvallend rustig op de fiets uitrukte na het alarm. Pas later begrepen ze waarom de haast ontbrak.
Zo werd de Oranje-Nassauschool het toneel van een van de vele stille heldendaden die het verzet leverde. Geen grootse explosies of veldslagen, maar een zorgvuldig geplande operatie die honderden onderduikers een kans gaf om te overleven.
DAB
Literatuur:
Brugman, H., Het verzet in onze gemeente, in: De Biltse Grift juni 2005.
Brugman, J.C., Bezet en verzet, De Bilt en Bilthoven in oorlogstijd, Bilthoven 1993.