
In het begin van de twintigste eeuw was vliegen nog nieuw en riskant. Dat ondervonden ook de inwoners van De Bilt, die op 27 september 1915 getuige waren van een ernstig vliegtuigongeluk in een weiland nabij de westgrens van de gemeente. “Het was voor de toeschouwers een angstig gezicht; de machine plofte met een doffen smak in het weiland,” schreef het Utrechtsch Dagblad. Ellen Drees bracht in 2009 enkele krantenartikelen bij elkaar over het voorval. Afbeelding: de Farman HF 20 zoals er in 1915 een neerstortte.
Die middag trok een militair vliegtuig de aandacht van omstanders. Het toestel vloog opvallend onrustig: het schommelde en verloor hoogte. Ooggetuigen zagen rook opstijgen, terwijl het geluid van de aandrijving onregelmatig klonk. Soms de motor deze zelfs helemaal stil te vallen.
Het vliegtuig, een tweedekker afkomstig van het militaire vliegveld Soesterberg, dreef langzaam richting Groenekan. De piloten probeerden controle te houden en cirkelden boven een weiland en probeerden een noodlanding uit te voeren. Volgens sommige toeschouwers leek één van de inzittenden zelfs te proberen tijdens de vlucht iets aan de motor te repareren.
De fatale val
Toen het toestel zich nog maar zo’n honderd meter boven de grond bevond, stopte de motor definitief. De tweedekker stortte bijna recht naar beneden. Met een zware klap boorde de neus zich in de grond en sloeg het toestel over de kop. “Het was een vreselijk schouwspel.”
Mensen uit de omgeving snelden direct toe. De twee officieren die in het vliegtuig zaten, lagen bekneld tussen de wrakstukken en waren buiten bewustzijn. De gewonden werden naar een nabijgelegen boerderij gebracht, waar een arts eerste hulp verleende. Eén van hen, tweede luitenant H. Polis, had onder meer een zware heupbreuk opgelopen. De piloot, luitenant Marinus Hofstee, had onder andere botbreuken en verwondingen aan gezicht en hoofd.
Hulpverlening en onderzoek
Het toestel bleek vrijwel volledig vernield: de vleugels waren gescheurd, verbindingsstangen waren verbogen en de propeller was grotendeels versplinterd
Uit onderzoek bleek dat het vliegtuig enkele uren eerder zonder problemen was opgestegen vanaf Soesterberg. Vermoedelijk was een motorstoring de eerste oorzaak van het ongeval, maar waarschijnlijk speelde ook het terrein een rol. Tijdens de noodlanding zag Hofstee onverwacht een heg die hij vanuit grotere hoogte niet had opgemerkt. Hierdoor moest hij plotseling uitwijken, waarna het toestel instabiel werd en in een steile duik terechtkwam. Wat er precies gebeurde in de laatste seconden, konden de vliegers zich achteraf niet meer herinneren.
Herstel en nasleep
De toestand van Hofstee was lange tijd zorgwekkend. Hij werd uiteindelijk opgenomen in het St. Antonius Gasthuis in Utrecht. Pas maanden later mocht hij het ziekenhuis verlaten, en in de zomer van 1916 was hij voldoende hersteld om weer te vliegen.
Opmerkelijk genoeg was dit niet het eerste ongeluk waarbij Hofstee en Polis betrokken waren. Slechts een maand eerder waren zij bij Noordwijk bij een mislukte start over de kop geslagen, en ook eerder had Hofstee al een noodlanding moeten maken wegens motorproblemen.
Het verongelukte vliegtuig was een Franse Farman HF-20, een tweedekker die in 1913 was aangeschaft voor de opbouw van de Nederlandse militaire luchtvloot. Het toestel was grotendeels van hout en linnen gebouwd, het had een motor van 80 pk en bood plaats aan twee personen: een piloot en een waarnemer.
Hoewel het vliegtuig als betrouwbaar gold, liet het ongeluk bij De Bilt zien hoe kwetsbaar de vroege luchtvaart nog was. Na de crash werd het toestel afgeschreven. Decennia later werd een replica gebouwd, die tegenwoordig in het Nationaal Militair Museum te bezichtigen is.
DAB
Literatuur:
Drees, E., De Bilt in het nieuw, een vliegtuigongeluk in 1915, in: De Biltse Grift juni 2009.
De Biltsche Courant 2 oktober 1915.