
De overgang naar de Reformatie en de invoering van de Dordtse Leerregels, die de officiële leer van het calvinisme in de Republiek werden, gingen niet zonder slag of stoot. [Pouwels Weyts de Jonge (1585–1629), De vergadering van de Nationale Synode in de Sebastiaansdoelen in Dordrecht, 1618–1619, 1621. Stedelijk Museum Dordrecht]
Elders op deze site leest men meer over de allereerste Maartensdijkse predikanten in de zestiende eeuw: Tielman Jansz. en Willem Laurensen. De laatste was als bordeelhouder niet onomstreden [klik daarvoor HIER].
Omstreeks 1600 werkte ds. Theodorus Johannes J. Goys in Maartensdijk. Uit de notulen van de kerkenraad blijkt dat er toen niet hoefde te worden opgetreden tegen overblijfselen van het rooms-katholicisme of andere ‘excessen’. Dat was niet anders in 1604, wanneer we in Oostveen ds. Halewynus Godefridi tegenkomen. Van hem weten we dat hij wel veertig deelnemers aan het Heilig Avondmaal had en hoopte op een groei tot zeventig of tachtig.
In 1612 vertegenwoordigde ds. Cornelius Leoninus de Maartensdijkse (dorps)kerk op de synodale vergadering van de Gereformeerde Kerk in Utrecht. Hij werd opgevolgd door ds. Henricus Welsingius, die werd afgezet ‘wegens grove dwalingen’.
In die dagen was er een botsing tussen de gereformeerden en de remonstranten. De remonstranten volgden de ideeën van Jacobus Arminius, die de opvattingen van de contraremonstranten bestreed, namelijk dat alles afhangt van Gods uitverkiezing (predestinatie). Op de nationale kerkvergadering van de Gereformeerde Kerk in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in Dordrecht (de ‘Synode van Dordt’) werd het pleit beslecht ten gunste van de contraremonstranten. Zo werd de koers van de Gereformeerde Kerk in Nederland voor de eeuwen daarna bepaald.
Welsingius wilde niet alleen de Dordtse besluiten niet ondertekenen, maar zou ook ‘grote dwalingen’ hebben verspreid. Hij werd afgezet, met de vermelding dat hij een afkeurenswaardig boekje over de plicht van een christenmens in Franeker had uitgegeven, ‘hoewel de voorrede niet van zijn hand was’. Per expresbrief van 26 augustus 1619 kreeg Welsingius zijn vonnis thuisgestuurd.
AD
Bron
G. van der Zee, ‘Schets van de crisis der kerkelijke Reformatie in de dorpen van de provincie Utrecht plm. 1580–1620’. In: Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap “Niftarlake”, 1956.