Twee Russische soldaten die in 1915 uit Duitse krijgsgevangenschap ontsnapt waren, kwamen ijdens hun vlucht terecht in De Bilt. Afbeelding hierboven : een ingekleurde foto van Russische soldaten in 1916. (Wikimedia Commons)

 

Meer informatie

Op 5 oktober 1915 trof een Biltse politieagent rond vijf uur ’s middags twee mannen aan langs de Soestdijkseweg bij station De Bilt. Zodra de mannen de agent zagen, sloegen ze op de vlucht richting de Kruislaan. De politieman zette de achtervolging in op zijn fiets en wist hen na enige tijd aan te houden. De mannen bleken buitenlanders te zijn en hadden ieder een zak appels bij zich.

Ontdekking en eerste opvang

Ze waren duidelijk bang en spraken geen woord Nederlands. De agent nam ze mee naar het politiebureau. Daar bleek hoe hongerig ze waren: het brood dat men hun aanbood aten ze direct op, en toen er meer werd gebracht, slokten ze dat ook naar binnen, zichtbaar dankbaar.
Bij nader onderzoek ontdekte men dat ze onder hun gewone kleding een vreemd uniform droegen. Eén van hen had een militair zakboekje bij zich, met op de eerste bladzijde een foto van de Russische tsaar. Het werd duidelijk dat het om gevluchte Russische krijgsgevangenen ging. Toen de mannen hoorden dat ze zich niet meer in Duitsland bevonden maar in het neutrale Nederland, vielen ze elkaar van blijdschap om de hals en kusten ze elkaar op Russische wijze.

Het verhaal van de twee mannen

Jonkheer Roëll, inwoner van De Bilt en inspecteur van politie, werd erbij gehaald om als tolk op te treden. Dankzij hem konden de mannen hun verhaal doen. Ze waren 23 en 24 jaar oud. De één werkte in een mijn, de ander in een steenkoolfabriek. Ze kwamen oorspronkelijk uit Linkowa en Mahochewa. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waren ze opgeroepen voor militaire dienst en ingedeeld bij het 21e Siberische Infanterieregiment.

Op 21 oktober 1914 waren ze door de Duitsers gevangen genomen en naar het krijgsgevangenenkamp in Münster gebracht. Daar verbleven ze tot begin september 1915, toen ze samen met een derde gevangene wisten te ontsnappen.

Overdag hielden ze zich schuil en ’s nachts trokken ze verder, zo snel en voorzichtig mogelijk. Soms moesten ze op handen en voeten voortkruipen of zich door prikkeldraad heen werken. Eén keer werden ze bijna gepakt door een Duitse wachtpost. De twee wisten te ontkomen, maar hun kameraad bleef achter. Wat er met hem gebeurd is, wisten ze niet.

Tijdens hun hele tocht leefden ze vooral van fruit dat ze stiekem plukten, vooral appels. Eén van hen had een kompas waarmee ze hun route bepaalden. Hun doel was om de Russische consul in Rotterdam te bereiken, zodat ze terug naar het front konden worden gestuurd.

In de loop van de oorlog zouden ongeveer vijfduizend Russen worden opgevangen in goedkope pensions in Rotterdam en Schiedam. De politie kreeg geregeld klachten over dronkenschap, tasjesroof en schennis der eerbaarheid. Toen de burgeroorlog uitbrak in Rusland ontstonden ook onenigheden tussen de Russen in Nederland.

Aankomst in Nederland

Op het politiebureau van De Bilt kregen de twee mannen opnieuw een stevige boterham en warme koffie, en vervolgens een tramkaartje. Bij het afscheid drukten ze de agenten dankbaar de hand, op de Russische manier met beide handen.

Inspecteur Roëll begeleidde de mannen persoonlijk naar Rotterdam, waar ze zich meldden bij het Russische consulaat. Daar kregen ze nieuwe kleding en probeerde men  de terugreis naar Rusland te regelen. Hun dankbaarheid richting Roëll, die hen zo goed had geholpen, was groot.

DAB

 

Literatuur:

De Biltsche Courant 9 oktober 1915 ‘Russische krijgsgevangenen’

Vergelijkbare artikelen in de Arnhemsche Courant 7 10 1915; het Belgisch Dagblad 7  10 1915; de Emmer Courant 9  10 1915; Tubantia 6 10 1915.

Op het Internet: Vluchtelingen in Nederland 1914-1918 | IsGeschiedenis