‘Het voorspelt oorlog, wat ik je zeg!’ Kort voor de Eerste Wereldoorlog zagen verscheidene mensen voortekenen aan de hemel: een rode gloed of een grote vuurbal. Ook van andere ontwikkelingen hebben diverse inwoners van het gebied van de huidige gemeente voortekenen gezien.

 

Meer informatie

‘Vlak voor de Eerste Wereldoorlog, in 1914, was er op een mooie zomeravond een donkere, rode gloed aan de hemel. Donkerrood was het en het duurde veel langer dan de andere avonden wanneer de zon was ondergegaan. Die zelfde man zei toen: ’Het voorspelt oorlog, wat ik je zeg.’ Een grote oorlog zou er komen en hij kreeg gelijk want die zelfde zomer brak er oorlog uit.’

Aan het woord is Herman Liefting, geboren in 1896, boerenknecht in Maartensdijk. De vader van Gerridina van Ek – Elbertse (De Bilt, 1893) kwam ook uit Maartensdijk:

‘Ze hadden het vroeger altijd over voortekens. Ze praatten er altijd over. Dan hadden ze een vuurbal in de lucht gezien, dan kwam er vast oorlog.’

Johanna Hardevelt-Elbertse uit De Bilt vertelde:

‘Op een keer kwam ik als meisje van een werkhuis en moest ik naar huis. Opeens zag ik een vuurbol boven de huizen hangen en een paar tel later zachtjes naar beneden komen en ineens was die vuurbol weer weg. Het zal wel iets met de oorlog te maken hebben gehad, zoals ik later van oudere mensen als ik, hoorde. Het was ook weer een voorteken.’

In de wijde omgeving van De Bilt werd de Eerste Wereldoorlog wel vaker gekoppeld aan voortekenen: dwaallichten in IJsselstein, een vuurbol in Otterloo en ook in Soesterberg.

Het kwam altijd uit

Als mensen natuurverschijnselen zagen die ze niet met hun eigen kennis konden verklaren, dan interpreteerden ze die vaak als voortekenen. Kometen en dwaallichtjes en een rode gloed leidden tot voorspellingen, maar ook zwarte katten en rare dromen. De Romeinen hadden priesters in dienst om de toekomst te voorspellen. In middeleeuwse kronieken blijken de mensen gevoelig voor kometen en voor de geboorte van dieren met een afwijking zoals twee hoofden, hoewel de kerk verbood om op voortekenen af te gaan.

Die voorspellingen kwamen allemaal uit, als we de verhalen moeten geloven. Dat betekent gewoon dat voorspellingen die niet uitkwamen, niet werden onthouden f opgeschreven. Het is natuurlijk ook mogelijk dat men de verschijnselen pas achteraf in verband heeft gebracht met gebeurtenissen en ontwikkelingen die al hadden plaatsgevonden.

De auto komt

Opvallend is ook  de voorspelling van de komst van de auto. De eerder genoemde Herman Liefting vertelde:

‘Een oude man hier op Maartensdijk on voorspellingen doen. Op een keer zag hij een grote vuurbal in de lucht hangen. “ Een kwaad teken,” zei hij, “want er zal een tijd komen waarin wagens zonder paarden zullen rondrijden.” En het is uitgekomen want er rijden nu treinen en auto’s , allemaal wagens zonder paarden.’

Piet van Barneveld uit Achttienhoven, geboren 1882, vertelde ook:

‘Onze mensen hadden het er vroeger vaak over. Ze zagen van die vurige wagens over de weg gaan. Ze gingen maar van heen en weer, iedere keer kwamen ze terug. Later vertelden ze dat het voortekens waren geweest van de auto’s, die nog moesten komen, maar nu toch over de dijk rijden. Ik weet niet of het waar is, maar ze vertelden het.’

De komst van de auto werd ook voorspeld in Leersum en Woudenberg. Van de spoorlijn zag men voortekenen in Maarsbergen, Amersfoort, Otterloo, Voorthuizen en Barneveld. Voorspellingen over de komst van de fiets kwamen uit Laren en Epe.

DAB

 

Literatuur:

Heupers, E. (ed.), Volksverhalen uit Gooi- en Eemland en van de westelijke Veluwe, 3 dln., Amsterdam 1981, 1984 nr. 1016, 1017, 1308, 1431, 1474 en verder bijvoorbeeld 2963, 3177, 3349.

Sinninghe, J.R.W., Utrechtsch Sagenboek, Zutphen 1938 p. 42 – 27, Teekenen in de lucht.