
Wie de twee romans van Peter Hoefnagels leest, maakt niet alleen kennis met een schrijver, maar ook met het Bilthoven van de jaren dertig en veertig. In zijn deels autobiografische boeken roept hij een wereld op van de statige beukenlanen, het sanatorium Berg en Bosch, strenge scholen en een samenleving waarin kinderen zich moesten voegen naar het gezag van volwassenen. Steven Hagers liet in het artikel Een Bilthovense jeugd zien hoe sterk Hoefnagels’ herinneringen met Bilthoven zijn verbonden. Foto van Joep Zander op de Nederlandstalige Wikipedia.
Meer informatie
Peter (G.P.) Hoefnagels werd in 1927 in Bilthoven geboren. Hij studeerde rechten en psychologie en maakte later naam als hoogleraar criminologie en deskundige op het gebied van jeugdzorg en echtscheidingsbemiddeling. Hij was lid van de Tweede Kamer en hij overleed in 2011. Hij schreef naast criminologische boeken romans, essays, poëzie en toneelwerk. In twee romans put hij rijkelijk uit zijn eigen jeugd.
De vraag hoeveel autobiografie daarin schuilt, is niet eenvoudig te beantwoorden. De hoofdpersoon draagt immers niet de naam Peter, maar Thomas. Toch zijn de overeenkomsten met de schrijver zo groot dat de lezer voortdurend de indruk krijgt dicht bij Hoefnagels’ eigen herinneringen te komen.
Aan God die mijn jeugd verblijdde
De roman Aan God die mijn jeugd verblijdde begint met een beeld dat veel oudere Bilthovenaren direct zullen herkennen. De achtjarige Thomas fietst over de lange Gezichtslaan naar sanatorium Berg en Bosch. Het indrukwekkende complex, dat in 1933 werd geopend, was destijds een wereld op zichzelf. Patiënten verbleven er vaak maanden of zelfs jaren om van tuberculose te herstellen. Voor Thomas is het echter veel meer dan een ziekenhuis: hij speelt er toneel, krijgt zangles en sluit vriendschappen met patiënten die aanzienlijk ouder zijn dan hijzelf. Berg en Bosch is in zijn herinnering een veilige plek, een lichtpunt tegenover de strengheid van school en kerk.
De Theresiaschool waar hij zich niet prettig voelt, de statige Gezichtslaan en de kapel van Berg en Bosch vormen het decor van een jeugd waarin het katholieke geloof een allesbepalende rol speelt. De pastoor waarschuwt voortdurend tegen zonden en verleidingen, terwijl de strenge schoolmeester toeziet op discipline. Hoefnagels beschrijft deze wereld zonder bitterheid, maar het laatste jaar van de lagere school brengt hij wel door op de Van Dijckschool.
Gaandeweg dringt ook de oorlog het dorp binnen. Thomas reist dagelijks vanuit station Bilthoven met de trein naar de Rijks-HBS in Utrecht. De dreiging van de bezetting is overal voelbaar, al blijft Bilthoven zelf grotendeels het decor van zijn jeugd. De Hongerwinter brengt hem op voedseltochten naar de omgeving van Wijk bij Duurstede, terwijl thuis de zorgen toenemen doordat zijn vader invalide raakt.
Een van de aangrijpendste episoden speelt zich opnieuw af op Berg en Bosch. Thomas raakt bevriend met Leo, een tuberculosepatiënt. Wanneer Leo overlijdt, proberen de volwassenen hem voor het verdriet te beschermen.
De Vleesheuvel
In De vleesheuvel verschuift de aandacht naar de jaren na de oorlog. Ook dan blijft Bilthoven nadrukkelijk aanwezig. De titel verwijst naar het voormalige natuurbad De Biltsche Duinen aan de Julianalaan, in de volksmond ‘de Vleesheuvel’ genoemd. Daar ontmoet Thomas Bella, het meisje op wie hij verliefd wordt. Hun relatie wordt echter overschaduwd door de oorlogsgeschiedenis van haar familie. Bella’s vader was NSB’er en na de bevrijding wordt zij als vermeende ‘moffenhoer’ publiekelijk vernederd en in een kazerne vreselijk behandeld. Hoefnagels laat zien hoe lang de oorlog ook in een dorp als Bilthoven doorwerkte en hoe moeilijk het was om aan vooroordelen te ontsnappen.
De grote kracht van Hoefnagels is dat hij geen nostalgisch dorpsbeeld schildert. Zijn Bilthoven is tegelijk mooi en beklemmend, vriendelijk en streng. De brede lanen, de bossen en Berg en Bosch vormen het decor van een jeugd vol vriendschap, geloof, angst, eerste verliefdheid en verlies. Daardoor zijn deze romans een unieke bron voor iedereen die wil begrijpen hoe het was om in het Bilthoven van vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog op te groeien.
DAB
Literatuur:
Hoefnagels, P., Aan God die mijn jeugd verblijdt, Rotterdam, 1981.
Hoefnagels, P., De vleesheuvel, Rotterdam 1982.
Hagers, S., Een Bilthovense jeugd, in: De Biltse Grift juni 2011.
Wiki Peter Hoefnagels
Zie ook op deze site
Het zwembad was een poel van verderf – Online Museum de Bilt