In de geschiedenis van De Bilt neemt een oorkonde uit de twaalfde eeuw een bijzondere plaats in. Het gaat om een oorkonde uit 1122, waarin keizerin Mathilde een schenking doet aan het klooster van Oostbroek, [Hendrik de Leeuw en Mathilde van Engeland. Uit: Het Evangeliarium van Hendrik de Leeuw (omstreeks 1188 gemaakt voor de Dom van Braunschweig, nu in de Bayerische Staatsbibliothek in München.)]
Meer informatie
Men leest in de oorkonde, dat keizerin Mathilde, de echtgenote van keizer Hendrik V, in 1122 een gebied aan het klooster van Sint-Laurens bij Oostbroek. Daarin wordt gesproken oven een novellum monasterium, een nieuw klooster, hoewel het, volgens de tekst van de oorkonde voordien al was gesticht ‘door enkele tot het religieuze leven bekeerde ridders op een plaats die Oistbroick wordt genoemd’.
De schenking betrof het gebied dat Oestbroeck werd genoemd, samen met het aangrenzende veengebied, een gebied dat grotendeels bestond uit moeras, veen en woeste grond. Naast het land werden verschillende rechten aan het klooster geschonken. Het klooster kreeg onder meer het recht om cijns te heffen en de grote en kleine tienden te ontvangen. Ook werden rechten op het gebied van bestuur en rechtspraak genoemd. De oorspronkelijke oorkonde van Mathilde is niet bewaard gebleven. De tekst is bekend uit latere afschriften. Maar over deze oorkonde kan men lezen door HIER en HIER te klikken. De tekst waarop de vertaling hierna is gebaseerd kan men lezen door aan te klikken: De latijnse tekst van de oudste oorkonde van De Bilt.
De tekst luidt, vertaald:
In de naam van de heilige en ondeelbare Drie-eenheid. Wij, Machtildis, bij de genade Gods koningin der Romeinen [ongekroonde keizerin], overwegend dat weliswaar ieder mens de plicht heeft God te vrezen, maar dat dit in het bijzonder geldt voor hen die die met koninklijke waardigheid bekleed zijn, opdat zij de Koning der koningen met eerbied dienen. Immers, aan wie veel is toevertrouwd, van hen zal ook veel worden geëist.
Daarom geven wij uit de milddadigheid van onze koninklijke genade enige ondersteuning aan het nieuwe klooster dat ter ere van de heilige Maria, Moeder van God, en de heilige martelaar Laurentius is gesticht door enkele tot het religieuze leven bekeerde ridders op een plaats die Oistbroick wordt genoemd.
Daarom hebben wij ondersteuning te bieden aan het nieuwe klooster dat al ter ere van de heilige Maria, Moeder van God, en de heilige martelaar Laurentius is gesticht. door enkele tot het religieuze leven bekeerde ridders op een plaats die Oostbroek wordt genoemd.
Daarom dragen wij het gehele moerasgebied van Oostbroek, met het aangrenzende land dat in de volkstaal Vene [het veen] wordt genoemd, samen met de daarbij behorende cijnzen, tienden en rechtsbevoegdheden, in eeuwige eigendom over aan het genoemde klooster.
Dit geschiedt als een liefdegave van de heer keizer en van onszelf. Moge de heilige Moeder Gods, de glorierijke Maagd, samen met haar allerdierbaarste en beminde martelaar Laurentius, deze gave op de dag van het oordeel voor Christus de Heer, die dan zal oordelen, aanbieden. Mogen wij door hun voorspraak aan zijn rechterhand worden geplaatst, onder de gezegenden van God de Vader.
Opdat deze overdracht in de toekomst geldig en onaangetast zal blijven, hebben wij bevolen dat deze oorkonde daarvoor zou worden opgesteld en met ons zegel zou worden bekrachtigd.
Ik, Philippus, kanselier, handelend namens Aelbertus, aartskanselier, heb dit bevestigd.
Gegeven op 14 maart 1122, in het jaar 1122 van de Menswording van de Heer, in de 15e indictie [een indictie is een nummer van 1 t/m 15 binnen een steeds terugkerende cyclus om het jaartal te bevestigen], in het 23e jaar van de regering van heer Hendrik V en in het 12e jaar van zijn keizerschap.
Gedaan te Utrecht, gezegend in de naam des Heren amen.
Gezien door Rudolf van Doetinchem, kanunnik en thesaurier van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, in 1346, op de dag van de heilige Jacobus.
Dit is de eerste post van de reeks ‘De oorkonden van het klooster Oostbroek’. Voor de volgende post over de oorkonden van Oostbroek klikke men HIER.
AD
Bron: Codex Diplomaticus Neerlandicus. Verzameling van oorkonden, betrekkelijk de vaderlandsche geschiedenis, uitgegeven door het Historisch Genootschap, gevestigd te Utrecht, Tweede Serie, deel IV, tweede afdeeling (Utrecht 1857) pp.5vv.