
In deze bijdrage staat het levensverhaal van Job Boshuis centraal, een Maartensdijker die de overgang van het oude dorpsleven naar de moderne tijd van dichtbij meemaakte. Koos Kolenbrander en Hans Stevens spraken met Boshuis, die op het moment van het interview 91 jaar oud was. Uit zijn herinneringen tekende Kolenbrander een beeld op van zijn jeugd in Utrecht, zijn werk in Maartensdijk en het boerenbedrijf in Nieuwe Wetering. Op de foto is Job de derde van rechts. (Foto Beeldbank Historische Vereniging Maartensdijk)
Job Boshuis werd in 1900 geboren in Wijk C in Utrecht. Hij groeide op in de Koningstraat, in een buurt die toen nog een levendig handelskarakter had. Zijn vader had er een heetwaterstokerij. Job herinnerde zich vooral de bedrijvigheid op straat. Vrouwen zaten voor hun huizen tabak te strippen, waarbij de bladeren van de stelen werden gehaald.
Toen Job nog jong was, verhuisde het gezin naar Maartensdijk. Zijn vader werd boer op een boerderijtje dat aan het begin van de huidige Bernhardlaan stond. In 1921 kocht hij voor Job een kleine winkel met een heetwaterstokerij in de Johannes Kamphuisstraat in de Utrechtse Indische buurt. Achter de winkel stond een grote ketel waarin ongeveer tweeduizend liter water kon worden verwarmd.
Het water werd ’s nachts met kolen aan de kook gehouden. Vroeg in de ochtend trok Job vervolgens met een handkar vol tonnetjes door de straten. Vooral op maandag en woensdag was er veel vraag naar heet water. Mensen konden het bij hem ophalen voor de vaat en voor de kleine was. Na ongeveer een jaar beschikte Job over een paard en wagen, een zogenaamde fittekar.
Boer aan de Nieuwe Wetering
In 1924 maakte Job opnieuw een grote stap. Hij nam de boerderij Boom en Bosch aan de Nieuwe Wetering over van Piet Alblas. De omgeving zag er toen heel anders uit dan tegenwoordig. De Nieuwe Wetering was nog slechts een smal zandweggetje dat langs het bos richting de Gezichtslaan liep; van een doorgaande weg was geen sprake.
De boerderij was een gemengd bedrijf met ongeveer dertig bunder land. Het water vormde nog een belangrijke verbinding met Utrecht. Vanuit de omgeving van de Weerdsingel werden schuiten met beer gevuld. Paarden trokken ze via het Zwarte Water naar fort Blauwkapel. Daar konden de paarden niet verder en moesten de schuiten met mankracht door de fortgracht worden getrokken. Vervolgens ging de tocht verder via de Koningin Wilhelminaweg, de Groenekanseweg en de sloot langs het Beukenburgerpad naar het land van Job.
De brand van 1928
In 1928 sloeg het noodlot toe: de boerderij Boom en Bosch brandde af. Waarschijnlijk was kortsluiting in de pas aangelegde elektrische installatie de oorzaak. De brandweer van Bilthoven werd eerst gealarmeerd, maar deze kwam vast te zitten in het mulle zand van het bospad. Daarna rukte de brandweer van Maartensdijk uit. Willem Pothoven bouwde de boerderij vervolgens opnieuw op.
De foto bij het krantenartikel is uit 1928 en werd gemaakt voor de boerderij Boom en Bosch. Op de foto staan onder anderen Job Boshuis, mevrouw Boshuis, jhr. Twiss Quarles van Ufford en enkele kinderen.
Een veranderend landschap
In de jaren vijftig stopte Job met boeren. Daarna bleef hij nog ongeveer twintig jaar werken voor de familie Twiss Quarles van Ufford, waarbij hij het bos beheerde. Er werd onder meer rijshout voor tuinders geteeld. In de winter werden stukken eikenhout gekapt en bij café De Groenekan geveild.
Job Boshuis maakte in zijn lange leven grote veranderingen mee. De Nieuwe Wetering veranderde van een smal zandpad in een moderne weg met parallelweg. Na 1950 kwam er bovendien een betonnen fietspad door het bos richting de Gezichtslaan. Toch, zo typeerden Kolenbrander en Stevens hem, bleef Job de rust en de aandacht voor andere mensen behouden.
DAB
Literatuur:
Kolenbrander, K., Met de handkar vol tonnetjes kokend water de huizen langs, in: Stichtse Post 1991.
Beeldbank Historische Vereniging Maartensdijk.