Al eeuwenlang zijn ooievaars graag geziene zomergasten in Westbroek en omgeving. In 1729 liet de kerkmeester van de Hervormde kerk zelfs een wagenwiel op het kerkdak plaatsen om de vogels een nestplaats te bieden. Dankzij onderzoek in het kerkarchief en herinneringen van dorpsbewoners kunnen we de geschiedenis van de ooievaars in Westbroek volgen. Het verhaal laat zien hoe kerk, dorp en natuur met elkaar verbonden waren en hoe een vogelsoort na een periode van achteruitgang weer terugkeerde. Hierboven: Kwitantie uit kerkarchief Westbroek tbv Hermanus van Snellenbergh 1729.

 

Meer informatie

De geschiedenis van de ooievaars in Westbroek is onder meer te reconstrueren dankzij Gijs Masmeijer. In zijn boek Uit het grijs verleden naar het heden beschrijft hij wetenswaardigheden uit het archief van de Nederlands Hervormde kerk van Westbroek. Als ouderling kreeg hij toegang tot deze historische bronnen.

Masmeijer schrijft over het jaar 1729: ‘En dan prijkte er op het koor der kerk een ooievaarsnest. De leidekker Salomon de Jouwe had er een wagenwiel opgebracht, zodat de eibers de vreugde op het kerkplein konden vergroten door hun geklepper.’ Kerkmeester Pieter de Jong had er drie gulden en vier stuivers voor over om dit mogelijk te maken.

In 2008 vond drs. J. Berghoef, destijds streekarchivaris bij het Regionaal Historisch Archief Vecht en Venen, in hetzelfde kerkarchief een kwitantie uit 1729. Daarop stond: ‘ish een ooyyevaer nest over genome f 3 0 0’. De aantekening bevestigt dat de kerkelijke administratie de uitgaven voor het ooievaarsnest zorgvuldig registreerde. Tegelijkertijd blijkt eruit hoeveel waarde de gemeenschap hechtte aan de aanwezigheid van deze vogels.

Herinneringen aan de ooievaars

In de twintigste eeuw waren ooievaars nog geregeld in het dorp en de omliggende polders te zien. Liesbeth van Oostrum-Lam herinnerde zich dat ze als vijfjarig meisje in 1923 graag een zusje wilde. Haar moeder stuurde haar naar de ooievaar die achter de boerderij op een poldermolentje nestelde. Een jaar later werd haar zusje Corrie geboren.

Ook bij de boerderij van de familie Mulder aan de Gageldijk 91, in de polder van Achttienhoven, nestelden jarenlang ooievaars in een boom. Mevrouw Kemp-Mulder, die er in 1944 werd geboren, herinnerde zich hoe haar vader zijn kinderen een reep chocola beloofde voor degene die de vogels in april als eerste zag terugkeren.

Een lange periode van achteruitgang

De ooievaarsstand nam in Nederland in de loop van de twintigste eeuw sterk af. Ook de omgeving van Westbroek veranderde. Utrecht breidde zich uit, weilanden verdwenen en de wijk Overvecht werd gebouwd. In 1967 werd het nest van de familie Mulder aan de Gageldijk nog enkele weken door één ooievaar bewoond. In 1968 keerden de vogels na de winter niet meer terug.

De terugkeer

Vogelbescherming Nederland begon vervolgens met een herintroductieprogramma om de ooievaar voor Nederland te behouden. In het land kwamen buitenstations waar ooievaars werden ondergebracht en later losgelaten.

In 1993 streek een van deze vogels neer op het wagenwiel van de familie Mulder, dat inmiddels in een tuin aan de Kerkdijk in Westbroek stond. De ooievaar was aan zijn ringnummer 1634 te herkennen. Hij vormde het begin van een nieuwe generatie ooievaars in het dorp. In 1998 kreeg hij gezelschap van een vrouwtje, geboren in Alphen aan den Rijn in 1996. Samen bouwden ze een nest op de pastorie van de Hervormde kerk. Afbeelding: Ooievaar`s voor de kerk van Westbroek (Foto DAB).

Sindsdien is het aantal ooievaars in Westbroek weer toegenomen en zijn er meerdere nesten. Daarmee is een oude traditie in ere hersteld.

Ook kinderen genieten van de terugkeer van de vogels. Madelief Wijnen vertelde in 2019: ‘Je ziet een ooievaarsnest bij mijn buren, en de kleur die ik erbij vind horen is blauw, en ik word er heel erg vrolijk van, want er zijn jonkies geboren. Het zijn er drie. En ik kijk er altijd naar als ik naar school fiets of als ik naar huis ga’.

KS

 

Literatuur:

Archiefbronnen

Mondelinge mededelingen

Masmeijer, Gijs, Uit het grijs verleden naar het heden.

Schoockius, Martinus, De Ciconiis Tractatus (Over de ooievaar), 1661. In Nederlandse vertaling door Gerard van der Waa en Piet de Bakker, 2017.

Jac. P. Thijsse, De ooievaar, zijn familie en zijn prooi, 1937.

Een artikel van Jan Vriends in de beeldbank van de Historische vereniging Maartensdijk:

Ooievaars en Westbroek (publicatie 1329 uit de bibliotheek Historische Vereniging Maartensdijk)