Frederik Schenck van Toutenburg (1559 – 1580) was bisschop en aartsbisschop van Utrecht in de roerige tijd van de reformatie. De afbeelding is een anonieme kopergravure uit omstreeks 1726 (Collectie Utrechts Archief).

 

Meer informatie

De eerste aartsbisschop van Utrecht – tevens de laatste bisschop van die stad tot 1583 – was Frederik Schenk van Toutenburg. Hij kwam regelmatig in het dorp Maartensdijk. Hij had er het jachthuis Toutenburg laten bouwen. Toen hij in 1580 overleed, werd zijn erfenis fel betwist, maar dat verhinderde niet, dat uitkeringen werden gedaan aan vrouwen bij wie hij kinderen had verwekt. Ook andere dames die hij kennelijk zonder hun instemming van hare eere beroofd had, bleven niet onverzorgd achter. L, Rogier, de beschrijver bij uitstek van Nederlands katholieken in vroeger tijd, meldt over hem:

… wat zijn zedelijk leven aangaat, valt nauwelijks iets goeds van hem te zeggen. Bij zijn overlijden in 1580 werd geen testament gevonden, wat voor zijn nagedachtenis fnuikend bleek. Verscheidene ‘schamele vrouwspersonen’ meldden zich bij de curatoren der nalatenschap aan als ‘door Zijne Genade van haar eer beroofd’; drie vrouwen zijn bekend als moeders van zijn bastaarden. Als wij lezen, hoe … [hij] 2 december 1555 door schepenen van Utrecht veroordeeld werd tot schadeloosstelling aan zekere Jannichje Gerrits, door hem verkracht en vervolgens ten huwelijk bezorgd aan een Jan Rutgers onder beloften, die hij … niet nakwam, vragen wij ons af, hoe zulke schepenen … [hem] met eerbied hebben kunnen begroeten als aartsbisschop en initiateur der katholieke reformatie.

AD

Literatuur: Jan Vos, De nalatenschap van Frederik Schenck van Toutenburg, in: St. Merten nr.2 1 (juni 2001) 3-5; Ruud Top, Frederik Schenck van Toutenburg, in: St. Maerten,  nr.25 (juni 2003) 18-23.