In 1846 publiceerde de Maartensdijkse burgemeester Frans Eijck van Zuilichem een beknopte geschiedenis van zijn gemeente. [F.N.M. Eyck van Zuylichem omstreeks 1875 (RKD / Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage).]

 

Meer informatie

In dit geschriftje van 10 pagina’s staan een aantal opvallende zaken. Zo wijst hij op de ‘Gooijer-Schansen’ bij de grens van Maartensdijk en Hilversum waarvoor hij geen verklaring heeft. Het Utrechtse Domkapittel zou tot 1810 het bestuur en bezit van Oostveen hebben gehad. De bouw van de Dorpswegkerk laat hij, ‘naar den bouwtrant’  in de dertiende of veertiende eeuw plaatsvinden (een merkwaardige vergissing voor de architectuurhistoricus die Eijck was). Eijck bericht, dat de kerk en de toren van de Dorpskerk in 1610 waren gerestaureerd. Toen zou ook de spits op de toren zijn gezet en zouden de koperen wijzerborden zijn geplaatst.

Eijck vertelt verder: ‘Enkele huizen in het dorp schijnen nog uit de 14de of 15de eeuw’. Ze hebben ‘eenige overeenkomst met de oude Friesche Stinsen; tegen deze zoogenaamde steenen camers zijn gewone boerenhuizen gebouwd.’

Over de ondergang van het bisschoppelijk jachtkasteel ‘Toutenburg’ schrijft Eijck:

Volgens eene plaatselijke overlevering zou dit huis, ten tijde van de inval der Franschen verbrand zijn, waaromtrent ons het volgende verhaald is: de toenmalige Fransche veldheer, de Hertog van Luxemburg, vertoefde nu en dan eenigen tijd op dit lusthuis. Terwijl hij zich daar eens bevond, kwam eene partij Staatsche troepen, in den vroegen morgen, van de Gooische heide over de akkers, van meening zijnde hem gevangen te nemen; doch door zijn gevolg gewaarschuwd, sprong hij half gekleed te paard, reed langs de Molensteeg naar de Nieuwe Wetering en vervolgens naar Utrecht; waarop de Staatsche troepen hem niet vindende, het huis plunderden en in dit brand staken.’

De gemeente Maartensdijk had, meldt Eijck, in 1845 299 huisgezinnen (waarvan 148 in het dorp zelf), een aanmerkelijke groei ten opzichte van 1728 toen de gemeente 171 huisgezinnen telde. In 1845 hoorden Blauwkapel, de Biltstraat en het Zwarte Water nog tot de gemeente. Er woonden toen in totaal 78 gezinnen in wat nu Utrecht is. Wie Eijcks originele verhaal wil lezen klik aan: De beknopte Maartensdijkse Geschiedenis van Frans Eijck van Zuilichem.

Meer over Frans Eijck van Zuylichem kan men lezen door HIER te klikken.

AD

 

Literatuur:

Eijck tot Zuilichem, F. Utrecht voorheen en thans. Tijdschrift voor geschiedenis, oudheden en statistiek van Utrecht / N. van der Monde, 2e serie, jg. 3 (1846), pp. 121-129

Deijk, A. vasn, Frans Nicolaas Marius Eyck van Zuylichem Architectuurhistoricus van het eerste uur. In: Bulletin KNOB 2013/1, pp. 21-33.