In februari 1496 kwamen in Nederland zeer ernstige rivieroverstromingen voor. Ook De Bilt werd daardoor op een bijzondere manier geraakt. (Detail van een kaart met met de Biltse Steenstraat buiten de stadsbuitengracht en de Wittevrouwenpoort, Utrechts Archief, catalogusnummer214007.)
Toen het water van de Lek vanwege een gat in de dijk begin 1496 Utrecht onder water dreigde te zetten, heeft men buiten de Tolsteegpoort, waar de Kromme Rijn en de Vaartse Rijn de stad bereikten, een dam opgeworpen om onderstromen van de stad te verhinderen. Op bevel van de overheid stak men in februari 1496 ook de dijk van de Kromme Rijn door, kennelijk ook om het overstromingswater uit de stad te weren.
Het doorsteken van de Kromme Rijndijk had echter wel overstromingen in een uitgestrekt gebied ten oosten van Utrecht tot gevolg. Daardoor werd de Steenweg naar De Bilt zwaar beschadigd. De gehele zomer door waren hier stratenmakers aan het werk om de vele uitgespoelde gaten — het grootste was 32 roeden of meer dan honderd meter wijd — op te vullen en te herstellen aan de zuidzijde van de weg, ongeveer op de hoogte van het tegenwoordige Biltse Steinenburg.
AD
Literatuur:
M.K. Elisabeth Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland, II (de periode 1400-1600) (Assen 1975) 284v.