In de jaren dertig werd in de polder Twaalfhoeven de wijk Tuindorp gebouwd – nu een deel van Utrecht maar toen een onderdeel van de gemeente Maartensdijk. Afbeelding: Mr. Sickeszlaan met de nog niet afgebroken boerderij Zeldenrust en op de achtergrond in aanbouw huizen aan de Regentesselaan en de Prof. Sjollemalaan. (Tekenaar K. Roelants 1934, Het Utrechts Archief)

 

Meer informatie

De Engelsman Ebenezer Howard publiceerde in 1902 het idee om tuinsteden of garden cities te bouwen voor de sterk gebroeide bevolking. Zij zouden moeten zorgen voor een aangename woonomgeving als tegenhanger van de drukke steden die waren gegroeid door de industriële revolutie.

Dat plan vond ook in Nederland navolging, bijvoorbeeld in Rotterdam en Hilversum, waar men Tuindorpen bouwde. Ook Bilthoven zou later een Tuindorp krijgen.

Voor Maartensdijk werd het opgepakt door de Utrechtse gebroeders Willem, Piet en Arie Godijn. Zij wilden met hun aannemersbedrijf en ontwikkelingsmaatschappij N.V. De Stadswoning huizen bouwen in het betere segment. Omstreeks 1930 waren zij klaar met de huizenbouw op het terrein van het voormalige park Tivoli in Utrecht en zochten zij een nieuw project.

De Stadswoning kocht 50 hectaren Maartensdijkse grond ten noorden van de stad Utrecht om daar een Tuindorp te bouwen. Bestaande boerderijen en woonhuizen werden grotendeels gesloopt en de grond werd opgehoogd.

De gemeente Utrecht werkte aanvankelijk tegen, maar de Maartensdijkse burgemeester Van der Voort van Zijp gaf zijn steun. Hij kwam zelfs regelmatig op de fiets langs om  te vragen hoe hij kon helpen.  Er werden zowel koopwoningen als huurwoningen  gerealiseerd, wat tot gevolg had dat er in de wijk zowel aanzienlijken als ‘gewone mensen’ kwamen wonen. Zo had mr. H.J.H. baron van Boetzelaer als buren een koopman en een stoffeerder. In dezelfde straat woonde later minister A.C. de Bruijn. De huizen op de hoeken van de straten werden vaak bewoond door middenstanders die er hun winkel hadden zoals melkboeren, groenteboeren, bakkers, drogisten, slagers en fietsenmakers.

De eerste huizen werden opgeleverd in de Mr. Sickeszlaan. In de komende jaren verrees er een complete wijk met kerken, scholen, winkels, en met sport- en zangverenigingen. In 1940 woonden er ongeveer 6000 mensen.

Zie ook: De Tuindorpkerk

DAB

 

Literatuur:

A. van Hulzen, Tuindorp: tussen het Zwarte Water en Blauwkapel, Utrecht 1995.

R. Hufen Hzn., Tuindorp, een bedrijvige gemeenschap in de twintigste eeuw, Utrecht 2001.

Vereniging Tuindorps belang: https://www.tuindorpsbelang.nl/over/geschiedenis/