In 1860 publiceerde L. de Geer de Lijst van goederen, aan de Utrechtsche kerk vóór het jaar 960 geschonken. In deze uitgave wordt door De Geer ook Maartensdijk genoemd. Op basis van deze lijst, inclusief latere toevoegingen, zou volgens hem geconcludeerd kunnen worden dat op de plek van Maartensdijk of Oostveen al boerderijen te vinden waren. [Detail van de kaart van De Geer als in de bronnen hieronder vermeld.]

Meer informatie

Jhr. Jan Jacob de Geer (Utrecht, 5 maart 1820 – Utrecht, 25 februari 1911) was een van de belangrijkste Utrechtse oudheidkundigen en archiefonderzoekers van de negentiende eeuw. Hij was onder meer archivaris van de Duitse Orde. In zijn uitgave publiceerde hij een reeks goederen die tussen de late negende en de elfde eeuw (10170) in het bezit zouden zijn geweest van de Utrechtse bisschoppen. In zijn publicatie leest men de volgende tekst (achter de oorspronkelijke Latijnse tekst staat de vertaling zoals De Geer die geeft):

In Calmere IIII partes tocius ville. (In Calmere – Kamerik – vier delen van het hele dorp.)
In Alfna due partes uille. (In Alfna twee delen van het dorp.)
In Braacanhem similiter. (In Braacanhem – Breukelen – evenzo.)
In Uilishem VII mansa. (In Uilishem – Wilnis – zeven hoeven.)
In Macteshem [Martishem] mansa II. (In Macteshem of Martishem – Maartensdijk,  – twee hoeven.)

De Geer licht over zijn interpretatie van de tekst toe: ‘Martishem, door verwisseling van de uitgang hem met dijk, thans Maartensdijk.’  De Utrechtse stadsarchivaris S. Muller Fzn. leest in drie exemplaren of afschriften van de lijst eveneens de naam Martishem. Problemtisch hierbij is, dat de ontginningen op zijn vroegst pas in de elfde eeuw beginnen, hoewel er mogelijk al twee boerderijen in het gebied te vinden waren.  In het hieronder afgebeelde deel van de lijst, zoals dat te vinden is in het Archief IJpelaan op internet, is echter slechts Macteshem te lezen. Deze naam is zichtbaar op regel 3 en 4 van boven.

AD

Bronnen

Utrechts Archief, Toegang 218-1 (Bisschoppen van Utrecht), 1.1. Cartularia, regestnr. 7: z.j. (777–866, met latere bijvoegselen). Voorts: De Geer, J. J., Bijdragen tot de geschiedenis en oudheden der provincie Utrecht. Uit de oorkonden bewerkt (Utrecht 1860), p. 351; Gysseling, M., en A.C.F. Koch (red.), Diplomata Belgica ante annum millesimum centesimum scripta (2 dln., Brussel), in: Belgisch Inter-Universitair Centrum voor Neerlandistiek, 1950, nr. 195, p. 337–340; Samuel Muller Fzn. (red.), Het oudste cartularium van het Sticht Utrecht (‘s-Gravenhage 1892), p. 40.

Detail van de Lijst van goederen, aan de Utrechtsche kerk (archief IJpelaan). Zie voor ‘Macreshem mansa ii‘  regel 3 en 4 van boven.