
Op zondag 25 september 1836 leidde een godsdienstige bijeenkomst in Maartensdijk bijna tot ernstige ongeregeldheden. De aanleiding was een bijeenkomst van de Afgescheidenen, de protestanten die zich sinds 1834 van de Hervormde Kerk hadden afgescheiden. [ds. A. Brummelkamp (1811-1888), een voorman van de Afgescheidenen (zie hieronder). ]
Meer informatie
In juni en juli 1836 was het door toedoen van de ‘Afgescheidenen’ al onrustig geweest in het dorp. Vrederechter F.C. Muysken probeerde toen al de rust te bewaren. Klik voor meer hierover HIER. Daarmee was de kous echter niet af, zoals op 25 september 1836 zou blijken.
Eerder die dag was in Utrecht al een verboden bijeenkomst van ongeveer honderd Afgescheidenen beëindigd door de politie met hulp van militairen. Een deel van de groep trok daarna naar Maartensdijk. Daar, bij de boerderij van de landbouwer Van Voorst, kwam opnieuw een grote groep mensen bijeen. De bekende Afgescheiden predikant Albertus Brummelkamp leidde de bijeenkomst. Muysken kreeg hier onverwacht bericht van en toog direct naar de boerderij van Van Voorst. Die trof hij volgepakt met ‘Afgescheidenen’ aan woning en een grote menigte op de weg aan. De burgemeester had al geprobeerd de bijeenkomst tegen te houden, maar zonder succes.
Muysken ging naar binnen en eiste namens de overheid dat de bijeenkomst werd beëindigd. De aanwezigen weigerden hieraan gehoor te geven. Er werd geschreeuwd en gelachen en men daagde Muysken uit, waarbij men duidelijk maakte dat men niets met hem te maken wilde hebben. Toen de situatie dreigender werd en mensen probeerden de deur te sluiten, vreesde Muysken dat hij door de menigte in het nauw zou worden gebracht. Hij hield zich echter staande en waarschuwde dat niemand hem moest aanraken. Uiteindelijk wist hij de woning weer te verlaten.
Buiten was de situatie ondertussen verder geëscaleerd. Muysken drong aan op de inzet van militairen en wilde cavalerie naar Maartensdijk laten komen. Hij hoopte daarmee zowel de bijeenkomst als de groeiende menigte onder controle te kunnen houden. De militaire hulp kwam echter niet op tijd. Intussen werd de bijeenkomst bij Van Voorst na ongeveer anderhalf uur beëindigd.
Toen Brummelkamp en de andere bezoekers vertrokken, werden zij door de menigte op straat met stenen bekogeld. De paarden van het rijtuig waarin Brummelkamp zat, sloegen bijna op hol . Een paard raakte gewond en Brummelkamp zelf kreeg een appel tegen zijn hoofd. Muysken keerde daarop terug naar Van Voorst, waar inmiddels een grote groep mensen stond te zingen en te schreeuwen. Hij vreesde dat de boerderij en andere woningen zouden worden aangevallen.
Opnieuw probeerde Muysken de menigte tot bedaren te brengen. Hij waarschuwde dat de wet zou worden gehandhaafd, maar benadrukte ook dat hij de mensen altijd netjes had behandeld. Volgens Muysken leidde dat ertoe dat de menigte uiteenging en verdere escalatie werd voorkomen.
De militaire versterking waarop Muysken had aangedrongen, kwam uiteindelijk helemaal niet. Pas na tien uur ’s avonds hoorde hij dat de gouverneur van de provincie Utrecht en generaal De Favauge (provinciaal commandant van Utrecht) geen militairen meer konden sturen. De Favauge liet wel weten dat er voor de volgende zondag militairen beschikbaar zouden zijn.
Muysken was hierover zeer ontevreden. Hij vond dat zijn gezag hierdoor werd ondermijnd: hij had de bevolking laten weten dat er militairen zouden komen, maar die waren niet verschenen.
In een brief van 26 september aan minister van Justitie C. F. van Maanen beschreef Muysken uitgebreid wat er was gebeurd. Hij waarschuwde dat de rust in Maartensdijk nog lang niet was teruggekeerd. In de nacht na de onlusten werden bij twee huizen ruiten ingegooid. Muysken vreesde bovendien dat een nieuwe bijeenkomst op de volgende zondag opnieuw tot ongeregeldheden zou kunnen leiden. Daarom vroeg hij om twaalf à dertien soldaten te paard naar Maartensdijk te sturen en deze tijdelijk bij Van Voorst in te kwartieren.
Minister Van Maanen reageerde op 29 september positief op Muyskens optreden. Hij liet weten dat de vrederechter volgens hem alles had gedaan wat nodig was om de rust te bewaren en de besluiten van de koning te handhaven. Voor de volgende zondag adviseerde hij Muysken rechtstreeks overleg te voeren met de gouverneur van Utrecht en, als dat nodig was, gebruik te maken van het aanbod van generaal De Favauge om alsnog militaire hulp beschikbaar te stellen.
Wie de originele correspondentie over de onlusten van september 1836 wil lezen, klikke aan: Godsdienstige onlusten in Maartensdijk in het najaar van 1836.
AD
Literatuur:
F. L. Bos (red.), Archiefstukken betreffende de Afscheiding van 1834, derde deel (eind 1835–oktober 1836), Kampen 1942) pp. 396-401.