Dit is een afbeelding van de voor- en achterkant van een zilveren Stichtse stuiver uit 1488. Geldstukken zoals deze werden meer dan een halve eeuw geleden bij Groenekan gevonden, op de plaats waar ooit de herberg De Groene Can stond,op de hoek van de Koningin Wilhelminaweg en de Groenekanseweg. Zie: De herberg De Groene Can. Hieronder staat een afbeelding uit het Gereformeerd Gezinsblad van 11 november 1967. Burgemeester Schuller en gemeentesecretaris Kuipers bekijken met de beide vinders, B. van Hattum en J.W. van den Berg, de gevonden schat (geplaatst met toestemming/copyright Gereformeerd Gezinsblad-Nederlands Dagblad).

 

Meer informatie

Op 9 november 1967 was in Het Vrije Volk te lezen: Grondwerkers worden van zilverschat in Groenekan niet rijk. Het artikel vervolgt:

Er is weer een schat gevonden: twee handen vol dunne, groen uitgeslagen zilveren munten uit omstreeks 1550. Ze kwamen vorige week vrijdag uit de grond bij graafwerk voor een weg in het Utrechtse Groenekan. Wat de vondst waard is, moeten deskundigen nog uitmaken, maar het staat al wel vast, dat de vinders, twee grondwerkers uit het Betuwse Ingen, in dienst van de Apeldoornse aannemer Bruin, er niet rijk van zullen worden. ‘Ik denk, dat het mooi is als ik er honderd daalders aan overhoud,’ zegt J. W. van den Berg, een 34-jarige bedaarde man, die niet de indruk maakt dat hij eraan tekort wil komen. Hij woont met vrouw en 3-jarig zoontje in een eigen huis even buiten het dorpje Ingen. Met zijn maat B. van Hattem (62) was hij bezig met een bulldozer een stuk aarden baan voor de Koningin Wilhelminaweg te maken. ‘We moesten een klein buisje leggen, dus we maken een smal gleufje en stoten we op een vloer, zo’n meter onder de grond, met van die kleine rode tegeltjes. Als je ze stevig aanpakt, gaan ze al in gruis. Onder die vloer ziet mijn maat dat aarden potje. Het was lu drie stukken en het zat vol met rolletjes munten in doekjes gewikkeld. Terwijl mijn maat nog staat te wrijven aan een zo’n munt om te kijken wat het is, heb ik mijn zakken al vol. Er waren daar meer mensen aan het werk, zie je. Maar we gaan ze eerlijk samen delen.’ De opperwachtmeester bij wie de twee schatgravers woensdag hun vondst meldden zei dat ze waarschijnlijk de helft mogen houden. De gemeente van wie de grond is, komt de rest toe. De twee schatgravers hebben gisteren een paar van de mooiste munten bij de politie achtergelaten. De rest heeft Van den Berg gisteravond samen met zijn zoontje uit de azijn gehaald, waarin de munter vijf dagen hebben staan weken.

Een dag eerder had De Limburger al meer informatie gegeven over de schat: Volgens sommigen dateren de munten uit de periode die tussen Karel V en de Spaanse tijd ligt. Hedenochtend komen deskundigen van het penningkabinet naar Maartensdijk om de munten te identificeren en te taxeren.

In De Waarheid van 22 maart 1968 stond de uitkomst van de taxatie:

De 294 oud-zilveren munten, die begin november van het vorig jaar bij werkzaamheden aan de Koningin Wilhelminaweg in Groenekan (gemeente Maartensdijk) zijn gevonden zijn ƒ. 3000,— waard. Praktisch de hele collectie bestaat uit Nederlandse stuivers en halve stuivers. De oudste munten stammen uit 1470, de jongste uit 1582. De munten golden ten tijde van Philips de Schone, Karel V en Philips II als betaalmiddel.

Het gemeentelijk aandeel in de muntschat is nog steeds het eigendom van de gemeente. Het is als bruikleen onderdeel van de collectie van Utrechtse Centraal Museum.

AD

(Detail van een kaart uit 1607 waarop de herberg de Groene Can te zien is. Utr. Arch., kapittel St. Jan, inv. nrs. 328-43.)