Op deze foto verplaatsen arbeiders met een mallejan een boom bij kasteel de Haar bij Haarzuilens. Dat gebeurde omstreeks 1895 onder leiding van Hendrik Copijn (1842–1923) uit Groenekan. De tuinen van dit kasteel waren zijn levenswerk. De autodidact Copijn was een van de belangrijkste Nederlandse tuinarchitecten.

 

Meer informatie

Copijn begon als medewerken in de firma van zijn vader, J. Copijn, boomkweker. Tot omstreeks 1890 ontwierp hij tuinen in de late landschapsstijl, waarin een weids landschap werd nagebootst: vergezichten, open ruimten en boomcoulissen. Hij werkte bij de aanleg van tuinen en parken met solitaire exotische bomen en boomgroepen en stromende beken. Daarna ontwikkelde Copijn  een eclectische stijl met veel geometrische en symmetrische vormen, geïnspireerd op tuinen uit de renaissance, de barok en de rococo. Hij ontwierp of was betrokken bij de tuinen  van Buitenplaats Persijn bij Maartensdijk (1878) en van Hydepark in Doorn (1885-1888). Zijn belangrijkste werk was  de aanleg van het park rondom Kasteel de Haar in Haarzuilens (1894-1914). We lezen in zijn biografie:

Zijn grootste en eervolste opdracht ontving Copijn van de zeer gefortuneerde Etienne baron van Zuylen van Nijevelt van de Haar. Deze had tussen 1892 en 1912 bij het Utrechtse dorpje Haarzuilens kasteel ‘De Haar’ laten bouwen. Op het ongeveer honderd hectaren legde Copijn vanaf 1894 tot 1914 – met onderbrekingen – een landschappelijk park aan, met daarin in verschillende stijlen aangelegde deeltuinen. Zo waren er een Franse tuin in barokstijl, een Romeinse tuin met kegelvormig geknipte buxusstruiken, een met clematisranken begroeide berceau, alsmede vlakke parken met geschoren buxussen en een ‘grand canal’ naar het voorbeeld van het paleis van Versailles. ‘Hier heeft hij vooral getoond te kunnen schilderen met boomen en heesters, met gazon en water’, aldus de Utrechtse hortulanus J.K. Budde (Eigen Haard (1922)).

Copijn  omschreef zijn visie op de parkaanleg van De Haar als volgt:

Boven alles moet het kasteel omringd worden door een forse groenmassa, die het een achtergrond geeft en waartegen de contouren van het slot zich kunnen aftekenen en waardoor deze imposante bouwmassa als het ware omkadert wordt. Het bos te noorden van het kasteel ondersteunt dit ontwerp terwijl het tegelijkertijd de Noord- en Noordwestenwinden opvangt.`

Copijn was van 1885 tot 1919  lid van de gemeenteraad van Maartensdijk en van 1909 tot 1919 wethouder van deze gemeente.

AD

 

Bron: A.W.J. de Jonge, ‘Copijn, Hendrik (1842-1923)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland: http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/copijn [12-11-2013]