Tijdens de coronacrisis kwam De Bilt vaak in het nieuws als vestigingsplaats van het RIVM.  Een paar eeuwen eerder werd het dorp ook in verband gebracht met de volksgezondheid: het was de oorsprong van de Biltse Drank tegen Hondsdolheid. In de praktijk echter overleed iedereen die het drankje innam. Afbeelding: Een dolle hond terroriseert de straten, een ets van T.L. Busby uit 1826.

 

Meer informatie

De drank duikt voor het eerst op in het begin van de achttiende eeuw. In een receptenboek van 1723 staat ook hoe men deze onfeilbare drank moest maken. Hij was samengesteld uit fleriaan (valeriaan), magistrantie of wegenkruis, wijntruf, salie, abrodium of abru, eysop (hysop), betonica, cardic en blad van wypedoorn. Van ieder onderdeel voegde men een handvol toe aan een mengsel van azijn en ‘schoon water’. De patiënt moest van het aftreksel negen dagen lang iedere ochtend op de nuchtere maag een wijnglas vol drinken.

In 1771 Noemde Jacob Bicker Raye de Biltse drank in zijn dagboek. Bij 28 februari schreef hij: ‘Is de portier van ’t gasthuys, die van een dolle hond gebeeten was, dat hij egter niet estimeerde, schoon hem andere mensen rieden daarvoor die remedie van de Bildt te gebruyken, als een disparaat dol mens gestorven’.

In 1797 voerde de stad Amsterdam een hondenbelasting in, mede om controle te hebben over het aantal honden, zodat de gevallen van hondsdolheid of rabiës minder zouden voorkomen. Daarbij vermeldde men ook dat de stedelijke apotheek overbelast raakte doordat iedereen de drank uit De Bilt wilde hebben.

Wie was de verkoper van de landelijk bekende Biltse drank? De vermoedelijke bedenker was Jan de Waal, die in de Dorpsstraat woonde. Hij was geen dokter of chirurgijn, maar gerechtsbode, herbergier en landbouwer. Jan had 21 kinderen en meerdere kleinkinderen, van wie er verscheidene na zijn dood in 1752 als bijbaantje de drank bleven produceren en verkopen. In advertenties in de Utrechtse Courant van 1788 en 1789 kunnen we lezen dat  men het mengsel kon kopen bij een voormalige knecht van zoon Bart de Waal en bij de wagenmaker Jan Bos, die de handel van Cornelis de Waal had overgenomen.’

Over het middel kon men lezen dat het door kundige doctoren onderzocht was. ‘De geneezing noch herstelling heeft noyt gemist,’ schrijft het receptenboek met een dubbele ontkenning. Als we echter naar de resultaten van de behandeling kijken, dan blijkt in vrijwel alle gevallen dat de patiënt kort daarna is overleden.  In 1762 schreven de Utrechtse doctoren aan de vroedschap dat een paar Utrechters aan hondsdolheid waren gestorven ondanks het gebruik van ’de berugte Biltsche drank’. In De Bilt zelf werd Hendrik van Woudenberg in december 1801 door een dolle hond gebeten. Hij haalde het Biltse drankje bij Jan Bos, een naamgenoot en nazaat van de bedenker,  maar hij overleed een paar dagen later.

De twijfel over de effectiviteit nam toe. In de Reisontmoetingen van Joachim Polsbroekerwoud (1840) van de hand van B. Gewin vroeg iemand om de Biltse drank.  Zijn reisgenoten hadden twijfel: ‘Het viel evenwel den vrienden zeer moeijelijk om aan dezen wensen van Pols te voldoen, daar de gevraagde drank tot die soort van geheime geneesmiddelen behoort, wier uitwerking, volgens de verklaring der erfelijke eigenaars, allerheilzaamst is, maar die zeker, indien men, aan de inspraak der algemeene menschlievendheid gehoor gevend, ze algemeen bekend maakte, die heilzame kracht zouden verliezen.’ Anders gezegd: de reisgenoten geloofden er niet in.

Jojan Rudolph Thorbecke, die op dat moment  van Binnenlandse Zaken was, stuurde dan ook in 1853 een bericht aan de Commissarissen des Konings waarin stond: ‘Nog moet ik ter Uwer kennis brengen, dat, volgens het oordeel van erkende deskundigen, de zoogenaamde Biltsche drank als specifiek middel tegen dollehondsbeet geen vertrouwen verdient.

In 1885 ontwikkelden Louis Pasteur en Émile Roux het eerste vaccin tegen rabiës. Inmiddels was de drank in populariteit voorbijgestreefd door een ander volksmiddel tegen hondsdolheid of ‘watervrees’: de patiënt werd op een boot gelokt en onverhoeds in zee gegooid.

DAB

 

U bevindt u op de Rondleiding over de Volkscultuur. Voor het vervolg klik HIER.

 

Literatuur:

P.H. Damsté, Remedie tegen dollehondsbeet, een Biltse specialiteit, in: Maandblad van “Oud-Utrecht” 1945 P. 82-84, 91-93 en 101-103.

K. Floor, Biltse drank tegen hondsdolheid, in: Argos, maart 2016.